De vijftienjarige Sem zit in een tv-programma met zijn moeder Larissa en vertelt over zijn mishandeling door een groep allochtone jongeren in Gorinchem. Sem is een doodgewone Nederlandse jongen, geboren in 2004 toen jongens allemaal ‘Sem’ werden genoemd – voordat zijn populaire naam van de eerste plaats werd verstoten door ‘Mohammed’. Iedereen heeft of kent wel een Sem. Ook ik heb twee zonen met één lettergreep-namen, een stuk jonger nog, maar ook die zijn vijftien als ik twee keer met mijn ogen knipper. En dan? Vanmiddag breng ik ze weer naar Taekwondo training. (Is dat ook racistisch?)

‘Genade!’ Veel meer kon ik niet uitbrengen na twee dagen lezen in het afgelopen week verschenen en nu al bejubelde boek van de Britse journalist en schrijver Douglas Murray: The Madness of Crowds: Gender, Race and Identity. In zijn show, don’t tell uiteenzetting van het mainstream geworden Social Justice activisme, waarin de alomvattende ‘matrix van onderdrukking’ velen in een staat van gekte, opwinding en wanhoop hebben gebracht wordt nergens de ‘madness’ als zodanig beschreven.

In Den Haag wapperen vandaag twaalf Pride vlaggen, of moet ik zeggen LGBTQ vlaggen? Zolang jullie maar weten wat ik bedoel vind ik het goed.

De emancipatie van homo’s is met al dit vertoon allang niet meer de kerntaak die de overheid op zich heeft genomen. De vlag symboliseert inmiddels een bredere beweging waarbij gelijkheid in optima forma bereikt moet worden. Niets is daarbij heilig (huwelijk, gezin, monogamie, etc.) – alles is een kwestie geworden van ons losmaken omdat ‘anderen anders zijn.’ Hoe deze emancipatie niet zou kunnen slagen binnen een kader van normatieve beginselen, is geen vraag binnen de LGBTQ-beweging. De buitenwereld moet veranderen, dat staat voorop.