Het ijlhoofdige fact-check fanatisme van Rudy Bouma 

1 augustus 2022

Bij de staatsomroep heeft ‘fact-checker’ Rudy Bouma in een serie een aantal ‘ophef’ kwesties onder de loep genomen. Dat doet hij in een schaars verlicht studiootje, waarschijnlijk om het sfeertje van ‘dat donkere, obscure internet’ — de abyss waar hij dan in afdaalt — kracht bij te zetten. Bouma is in die aanschouwelijk gemaakte ruimte de aimabele arbiter op de bewaakte grens tussen de ondergrondse fabelfuik en het land van de rede. En in dat laatste land is er geen vuiltje aan de lucht zolang er drie man en een paardenkop ‘in limbo’ te vinden zijn die iets ‘neps’ beweren over The Great Reset of de gevaren en schade van een experimentele vaccinatiecampagne, zoals (o.a.) uit de Pfizer Papers blijkt. 

En als je bedenkt dat je dan natuurlijk bij het prijswinnende Nieuwsuur met de allerbeste voorbeelden komt om de onwaarheden en ‘complotten’ die daarover rondgaan te debunken dan is het moeilijk om door je tranen heen niet keihard te lachen om de onnozelheid, de absurditeit en de bewustzijnsvernauwing on full display. Want nog belangrijker dan debunken is de kijker het gevoel geven dat de mensen die ‘anders beweren’ niets voorstellen. En dus wordt er niets gecheckt maar vooral ge-mindhackt. En zijn uitgestreken gelaat verraadt die spagaat.

De serie is er vooral om af te leiden, te verstrooien en te sussen, dat snapt inmiddels iedereen die dat gesus en het opzichtige gelieg uit naam van ‘feiten’ de keel uitkomt en snakt naar realiteitsbesef en een bewustzijn dat weer vat krijgt op deze problematische tijd. 

Als het geen sussen was dan zou immers de bulk aan bewijzen, de deskundige en inhoudelijke kritiek op de huidige mensonterende politieke koers niet weggegoocheld worden met anekdotes, sterke meningen van mensen uit de ‘verkeerde hoek’ (waarmee iets ook al ‘nep’ heet), cherry picking en zelfvoldane conclusies over het eigen gelijk. Wie iets werkelijk wil ‘checken’ en te weten wil komen, gaat naar de bron, niet naar de randverschijnselen (zoals de correlatie tussen “verdienmodellen” en betrouwbaarheid) . Of relativeert op zijn minst die verschijnselen. Als iedereen een Rudy zou zijn, zou elk begin van waarheidsvinding stranden op de oevers van een politieke opponent of gekkie, in plaats van de sterkste inzichten een kans te geven.

Want ook gekkigheid wil hij niet over het hoofd zien. Grappen over triviale onderwerpen, meme’s en menselijke vergissingen verdienen in de humorloze factcheck hel van Rudy Bouma het label “desinformatie” en “dus nep”. Spijkers op laag water, zeggen we dan ook wel. 

Laten we zijn bespreking van de civiele rechtszaak van Johnny Depp tegen Amber Heard bestuderen. Die zaak vindt hij (twee maanden nadien) “fascinerend” omdat zoveel mensen Depp’s kant kozen ondanks alle “nepfilmpjes” die circuleerden. Hoe is dat toch mogelijk, vraagt Bouma zich af. 

Nou ja, hij had natuurlijk de zaak (die in zijn totaliteit live gestreamd werd) kunnen volgen, net als miljoenen anderen (waaronder ikzelf), maar in het hoofd van Bouma wordt sowieso “de werkelijkheid vertekend” door een paar “influencers” waarna hij zelf onmiddellijk in die vertekening meegaat. Hij dicht dus veel macht toe aan alles wat ‘nep’ is, en wel zo dat elke deviatie daarvan automatisch ‘waar’ wordt. Voorbeeld: omdat het boze, manipulerende internet Depp zo populair maakte moet de jury wel bevooroordeeld zijn geweest in haar oordeel. En zo cirkelredeneert Rudy zich een slag in de rondte. Dat de massale steun voor Depp een andere oorzaak zou kunnen hebben dan misleiding, algoritmes en verdienmodellen komt niet bij Bouma op. 

Een voorbeeld van dit cirkelredeneren zien we ook in zijn gesprek met een opgetrommelde Amerikaanse deskundige: “Er waren geen bloopers met rare momenten van Johnny Depps advocaten. Maar dat moet toch ook gebeurd zijn”. Dat moet ook gebeurd zijn? Dat die bloopers er niet waren omdat ze er niet waren, is geen optie. Blijkbaar tonen ook dingen die er niet zijn de “eenzijdigheid” van deze “showbizzrel”, volgens Bouma.

‘Fact-checken’ leidt er paradoxaal genoeg vaak toe dat de meest discutabele bron als gouden standaard wordt opgevoerd, iets waar geen vraagtekens bij gezet hoeven worden. In het geval Bouma: het boek van Klaus Schwab zelf (“daar staat niets noemenswaardigs in, dus die Reset is vooral een storm in een glas water”), de Pfizer Papers zelf (die onvolledig zijn, maar dat is ineens irrelevant) en de advocaat van Heard (die zegt dat haar client onheus is behandeld door de media). En niet te vergeten in zijn ‘verslaggeving’ over Oekraïne: het Azov bataljon in Oekraïne. Prima jongens, want ‘tegen de Russen’. Betrouwbare bron van informatie! 

Ik zie ook helemaal geen man die “gefascineerd” is door nepnieuws, wat hij steeds zegt, maar een adolescent hooguit die geen enkele gedachte voor zichzelf kan uithakken, en dus steeds tijdelijke schijnzekerheden verwerft met dooddoeners als: “het valt op dat vooral nepberichten veel worden gedeeld, dat komt omdat de emotie daarin hoog is”. Vanuit zijn statische gelijk is elke ophef irrationeel. En is elke bewering die niet klopt een oorzaak van ophef. Het genoegen waarmee hij bijvoorbeeld op twitter een containerschip met trekkers “op weg naar een protest” als ‘nepnieuws’ doorstreept, is bijna aandoenlijk. Want dat kan iedereen zelf ook wel bedenken. Net als een foto die ik zelf plaatste bij wijze van grap, van twee borsten met een boek erop: “Me reading Dostojevski and Tolstoj”. Het was duidelijk zichtbaar een stockfoto, maar Bouma dook erop. “Dit is een ander boek en de borsten zijn van ene Priscilla”. 

De laatste uitzending in de serie, over de Pfizer Papers kondigde hij als volgt aan:

“Menigeen maande ons aandacht te schenken aan de Pfizerpapers over de testfase van het coronavaccin. Wij plozen claims uit die aan de vrijgegeven documenten worden toegeschreven, zoals vermeende overdreven effectiviteit en verzwegen bijwerkingen en doden.”

‘Menigeen maande ons claims uit te pluizen.’ Dat klinkt allemaal heel voornaam, maar met fact-checken heeft dat niets te maken. Fact-checken is ook helemaal geen journalistieke bezigheid. Journalistiek is een journalistieke bezigheid. Fact-checken betekent zoveel als: wij controleren wat mensen zeggen die wij niet kunnen plaatsen in het officiële narratief. Maar met de intentie dat laatste te bestendigen. Nogmaals, voor elke amateur YouTuber die de Pfizer Papers verkeerde interpreteerde (op details voornamelijk) zijn er honderd mensen te vinden die dat wel juist deden, en niet alleen op dat “donkere internet”. Het eerste wat sneuvelt met fact-checken is de waarheid zelf. Omdat de focus ligt op willekeurig debunken, niet op hoe het wel zit. 

Het moge duidelijk zijn. Alleen “de experts” weten hoe het zit, en laat dat nou steeds de door de overheid gewaarmerkte, aan de farmaceutische industrie of andere belangengroepen gelieerde buikspreekpoppen zijn. Die het al honderd keer mis hadden in de afgelopen jaren, maar van geen ophouden weten. Net als Rudy Bouma, die dat laatste lichtje in zijn studiootje ook maar beter uit kan doen. Om zich te voegen in het land van fabels en illusies. 

1 Reactie

  1. Bosgeus

    Factcheckers zijn eigenlijk liecheckers. Daarom heten liecheckers ook factcheckers.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.