Wat ‘haat’ is, beslist de nerveuze macht

Gisteravond werd er op NPO2 weer een ‘twee minuten haat’ item uitgezonden.

De kijkers mogen dan weer hun gelegitimeerde (!) haat voor wat de staatsmedia middels regelgeving en propaganda tot kwalijke meningen hebben gedoopt, ventileren. Het ligt er duimendik bovenop. Er is een duidelijke correlatie (ook in de tijd) tussen wat officieel als goed en kwaadaardig geldt en een dreigend verlies van controle van de elite over de massa.

Door daarbij steeds te suggereren dat deze ‘rechtse vuilspuiterij’ in het verborgene plaatsvindt en via geheimzinnige onbegrijpelijke wegen loopt, ontstaat en groeit het idee bij mensen dat ‘het’ wellicht nog enger is dan ze al dachten. Rechtse meningen zijn niet alleen een ziekte die genezen moet worden maar waar je de samenleving ook preventief tegen moet beschermen!

Een artikel van journalist en auteur in de laatste Junge Freiheit: ‘Den Haß fixiert, wer die Macht besitzt‘ vat het fenomeen kernachtig samen. ‘Wie de macht heeft bepaalt wat haat is.’ Een paar fragmenten uit dat artikel die een op een op de Nederlandse situatie passen:

“Weinig onderwerpen houden de staat momenteel zo bezig als de strijd tegen haat. Dit betekent niet dat ze een bloementapijt van liefde over het land willen leggen. Integendeel.

Haat is een sterk, zeer menselijk affect. Om de coëxistentie vreedzaam te houden, moet men zijn aversies en negatieve gevoelens onder controle krijgen. Het individu slaagt daar in door een goede opvoeding en zelfdiscipline, het collectief door het “beschavingsproces” (Norbert Elias).

Het lijdt geen twijfel dat digitalisering delen van de samenleving terugwerpt in gedrag van vóór de beschaving. Beschermd door anonimiteit, opgesloten in filterbubbels en toegejuicht door de echokamer, laten sommigen hun innerlijke klootzak in de sociale netwerken de vrije loop. Gouden regels daarvoor zijn nog niet gevonden. Het proces van digitale beschaving kost tijd.”

Liefdevolle mensen

Volgens de Duitse federale recherche zou in 2017 en 2018 ongeveer driekwart van de strafbare haatreacties worden toegewezen aan het extreemrechtse spectrum. Ook in Nederland wordt dit frame van de boze, rechtse burger als de bron van alle, uiteraard ‘irrationele’ ontevredenheid geduid. ‘Haat’ vat als term immers samen dat de emotie niet alleen heftig is, maar ook onterecht. Hinz:

“Kan men hieruit concluderen dat we bij links met meer liefdevolle mensen te maken hebben? Alle ervaringen spreken dit tegen. De Britse historicus Timothy Garton Ash heeft de pogingen om haatzaaiende woorden bij wet te regelen besproken en stelt dat de toepassing van dergelijke wetten “onvoorspelbaar en vaak onevenredig zijn.

Bij zulke wetten “gaat het er om de oppositie weerloos te maken. Dit gebeurt onder andere door de opzettelijke besmetting van de woordenschat met belastende termen als “inhumaan”, “racistisch”, “xenofoob” of zelfs “hatespeech“. (…)

“De beperking van de woordenschat is bedoeld om het moeilijker te maken om feiten adequaat uit te drukken. De term “buitenlander” of “illegale vreemdeling” – voor degenen die illegaal in Duitsland verblijven – is bijna verdwenen uit de openbare woordenschat (in Duitsland, red.).

Op deze manier ontwijkt de politieke-mediaklasse het politieke debat enerzijds en radicaliseert zij die tegelijkertijd door het over te dragen naar het morele veld. In plaats van “goed” en “fout” wordt nu een onderscheid gemaakt tussen “goed” en “kwaadaardig”. Als volgende stap wordt het ‘kwaadaardige’ gecriminaliseerd en uiteindelijk verboden.”

Domheid organiseren

“De domheid kan met gepaste middelen op grote schaal worden georganiseerd. Onder bepaalde omstandigheden kan de mens ook leren dat twee keer twee vijf is. Je hoeft alleen maar lang en vaak genoeg te herhalen dat ‘twee keer twee is vier’ de giftige, geheime formule is van een hegemonisch blank mannelijk machtsdiscours, dat al eerder uitmondde in verschillende gruweldaden, om dat discours uiteindelijk met eensluidend applaus te verbieden.” (…)

“Voormalig Stasi-informante Anetta Kahane, nu het hoofd van de gesubsidieerde Amadeu Antonio Stichting, geldt als de drijvende kracht van deze beweging. Voor een in 2015 gepubliceerd boekje over het omgaan met “haatzaaiende taal” (Haßrede), dat – volgens de toenmalige minister van Justitie Heiko Maas in het voorwoord – hielp om “haatzaaiende spraak en hun codes te identificeren” en “suggesties om ze tegen te spreken” te geven, schreef ze een korte inleiding op de titel “Kulturkampf der Gegenwart”, waarin het woord “haat” 27 keer voorkwam.”

“De tekst roept twijfels op over de gezondheid van de auteur. Het stelt dat het vermogen tot haat de mens van het dier onderscheidt om een ​​paar zinnen later te concluderen dat de hater zich op het niveau van het dier bevindt. Met de beschuldiging van ‘haatdragende taal’ ontmaskert ze zichzelf als een projectie van een hysterisch zelf. Men zou ook mevrouw Kahane met Adorno kunnen antwoorden: “Auschwitz begint waar men staat en zegt: ‘Dit zijn alleen dieren’.”

“Terwijl de rechtse haat op een breed front wordt bestreden werd het de popjournalist Jens Balzer toegestaan ​​op Deutschlandradio, zonder tegenspraak zijn verhandeling “Omgaan met racisme – haat? Ja, maar de juiste! ” ten gehore te brengen.

Haat moet (volgens Balzer, red.) worden gemobiliseerd als een “hulpbron”, die in dit geval geen affect is, maar een uitdrukking van “compromisloze besluitvaardigheid” “ter verdediging van het individu en vrijheid tegen traditie en dwang”. Balzer besluit met de oproep voor – voorlopig alleen – een spirituele burgeroorlog: “We moeten opnieuw leren haten – maar correct.”

Paniek over een samenleving in verval

“In feite pleiten de kleine haattrompettisten voor het propageren van een goede haat, omdat het reactieve haat betreft in reactie op de rechtse bedreiging voor hun hoge idealen, inclusief liefde. Ook dat is niets nieuws onder de zon.”

“Vanuit hen spreekt een hoge emotionaliteit, een moeizame opgekropte paniek over een samenleving in verval. Bovendien markeert het een flagrante zwakte, het onvermogen om het verval onder ogen te zien: de massale immigratie uit vreemde culturele ruimten, demografie, het verdwijnen van de interne veiligheid, de erosie van de rechtsstaat, de verlaging van onderwijsnormen, de permanente uitstroom van slimme geesten in ruil voor analfabeten, de verloedering van de openbare ruimte.

In plaats daarvan vluchten ze in hallucinaties over ‘rechtse haat’ als het basisprobleem van onze tijd. Dat is idioot, maar omdat ze het eens zijn met de gevestigde politiek kan hun burgeroorlog-retoriek worden vertaald naar officieel handelen van de staat. Dat maakt hen zo eng en bedreigend.”