Scholen starten met wekelijkse zelftesten: zoveelste wassen neus ten nadele van kinderen

Op 23 maart verscheen op de website van het Ministerie van OCW het volgende bericht. “Na een aantal pilots gaat het testen op school de volgende fase in. Vanaf medio april komen er naar verwachting zelftesten beschikbaar voor het onderwijs.

Dit is de eerste sector waar zelftesten grootschalig worden ingezet. Voorwaarde is wel dat fabrikanten voldoende testen leveren. Met zelftesten worden besmettingen sneller opgespoord en uitbraken zoveel mogelijk voorkomen. De bestaande maatregelen blijven onverminderd van kracht, zoals afstand houden, handen wassen en thuisblijven bij klachten.” (…) Voor de begeleiding van leerlingen wordt op elke middelbare school een aantal mensen getraind.”

Het betreft hier het zogenaamde risicogerichte antigeentesten, “vrijwillig” uit te voeren als leerlingen in de buurt van een besmette persoon zijn geweest. Om dat laatste te kunnen weten moet er dus bij die andere persoon wel eerst een test via de GGD hebben plaatsgevonden, een test die leerlingen en personeel met klachten kunnen doen in de teststraat, of dus na een positieve zelftest zonder klachten. Dit staat ook in het bericht van OCW: “Als zij positief zelftesten, gaan ze thuis in quarantaine en naar de GGD-teststraat”. 

Dit alles “om fysiek onderwijs weer mogelijk te maken”, staat er. Dat is allemaal leuk en aardig maar voorbij het valse dilemma wat hier wordt geschetst, waarbij het hoger onderwijs bovendien maar één dag in de week onderwijs als wortel wordt voorgehouden, rijst een beeld op van een zogenaamde positive feedback loop.

Meer testen levert automatisch meer kenbare besmettingen op en dat levert weer meer testen op, net als meer gevallen van quarantaine en dus mínder fysiek onderwijs. Nergens met de bedoeling “om hier uit te komen”, want zoveel is inmiddels wel duidelijk. Je creëert juist meer chaos, want een dreigende of continue corona uitbraak op papier heeft weinig tot geen relatie met een werkelijk, acuut probleem (kinderen die gevaar lopen aan covid te overlijden).

Ondertussen wordt over de werkelijke lichamelijke én geestelijke gezondheid van de kinderen heengekeken. Het zelftesten zal het gevoel van angst vergroten, en bovendien nog meer sociale druk creëren om ‘mee te doen’ met het testen. Ook dit is een uitkomst van die positive feedback loop. Wie positief (zelf)test brengt anderen in een penibele situatie is de gedachte, en andersom – als anderen positief testen – ontstaat al gauw een loyaliteitsargument. ‘Straks breng ik ook anderen in gevaar laat mij ook maar testen.’ En zo verder. Dit zie je nu al gebeuren om ons heen.

Het voorstel om kinderen 1 à 2 keer in de week te laten zelftesten dient geen ander doel dan meten is weten, met het ‘open doen van scholen’ heeft het niets te maken. Met het voorkomen van uitbraken kun je immers tot in de eeuwigheid bezig blijven, zeker als je blijft testen met antigeentesten die ook nog eens significant onbetrouwbaar zijn. Dat laatste is met name wat deze pilot een bittere smaak geeft. Het element van schijnveiligheid eromheen.

Gelet op het feit dat sneltesten zullen worden uitgevoerd door commerciële testbedrijven, die “op een advies van de expertgroep-Van der Zanden niet aan de medische regels hoeven te voldoen”, verwacht ik niet dat de vraag wát ze precies weten na het meten veel gewicht in de schaal heeft gelegd bij het besluit om deze maatregel in te zetten. Net als dat de vragen rond de betrouwbaarheid van de PCR-test dat niet deed.

De cijfers rond besmettingen (of: ‘besmettelijken’) zijn de afgelopen maanden in de berichtgeving een volslagen eigen leven gaan leiden, losgemaakt van het aantal werkelijk zieken, het aantal werkelijk aan Covid-19 overledenen en van het werkelijk gevaar dat uitgaat van ‘besmettelijke/positief geteste’ kinderen. De kennis hierover is en blijft schimmig en de informatie die er is overtuigt geenszins. Het draait vooral om ‘better safe than sorry‘, maar daar kun je niet eeuwig een land voor op slot houden.

Dat het hele zaakje rond deze zelftest-maatregel stinkt blijkt ook uit onderzoek naar de betrouwbaarheid van de antigeentesten (“die eenvoudig zijn af te nemen doordat ze minder diep de neus ingaan.” We hebben het hier dus over dezelfde testen als in dit medische artikel vol bronnenmateriaal uit maart 2021 over de asympotmatische testen.) 

Het gemakzuchtige idee dat testen sowieso altijd beter is dan niet testen gaat in dit geval dus al helemaal niet op. Bij de zelftesten op scholen is de kans op een fout-positieve test bijna twee keer zo groot als op een correct-positieve test. Of nauwkeuriger geformuleerd: ‘Bij een prevalentie van ongeveer een 0,5% zijn er per 100.000 testen 188 mensen die correct positief testen en 299 die fout-positief testen. En dan zijn er nog 288 mensen met een infectie die gemist worden, fout-negatief zogezegd.’

Hebben we het over dezelfde soort testen als waar deze kritiek op is gebaseerd? Op de website van de GGD wordt weliswaar een lijst met betrouwbare sneltesten gepubliceerd (zie hieronder), maar daarbij wordt aangetekend dat er dan geen aanvullende PCR-test meer nodig is. Dat is bij de zelftesten voor kinderen en leerkrachten nadrukkelijk niet het geval. Oftewel, we hebben te maken met commerciële, onbetrouwbare zelftesten. 

Het gevolg van dit alles is dat je evenveel echte gevallen mist als dat je positieve gevallen opspoort. Hoe noemen we zo’n testbeleid dan? Een wassen neus. Dat in samenhang met de andere maatregelen, waaronder de mondkapjes en het afstand houden onze kinderen tot wandelende databanken maken die ineens hun niét-ziek zijn moeten ‘bewijzen’, of nou ja, suggereren.

Stop deze schandalige praktijken. Test dus niet, en laat je niet onder druk zetten het wel te doen. Stop de feedback loop.

  • Kijk ook op http://www.moederhart.nl voor de brandbrief over precies dit soort maatregelen. Ga het gesprek aan op school, beroep je op vrije keuze, discriminatiewetgeving, medisch beroepsgeheim en de zorgplicht van scholen en ouders zelf. Voorbij met die testmaatschappij.