#12 Je gaat voor Joris Luyendijk bijna hopen dat het allemaal uitkomt

Sietske Bergsma

15 mei 2026

Je gaat het voor Joris Luyendijk bijna hopen. Dat het allemaal uitkomt. Zijn voorspelling dat Rusland ons land gaat binnenvallen als we niet massaal geld, raketten en manschappen naar Oekraïne sturen omdat diplomatie “niet werkt” tegenover een “roofzuchtig” Rusland. Alleen een fysieke, totale oorlog lijkt hem nog te kunnen geruststellen, zo voelt het als je zijn gesprek met Ad Verbrugge bij De Nieuwe Wereld bekijkt.

Wel zegt Luyendijk tegen het einde: “ik wil zo graag dat het niet zo is, ik wil zo graag dat ik ongelijk heb, dat als Oekraïne valt dat wij in acuut gevaar komen, dus dat ik dit doe… ik kan niet anders”. Maar daarmee forceert hij op genoegelijke wijze zijn gelijk, en dwingt hij zijn gelijk bij anderen af. Want zijn ongelijk zal nooit bewezen kunnen worden zolang het doemscenario niet is uitgekomen!

Luyendijk, die een blauw/geel polsbandje draagt, is enige tijd geleden mentaal afgereisd “naar 1939” en staat daar, met zijn “150.000 euro aan fondsengeld voor drones”, op zijn zeepkistje te waarschuwen voor de grote invasie. Opgekalefaterd (door wie?) als zogenaamde ‘roepende in de woestijn’, doet en zegt hij echter wat het voltallige nationale en Europese staatsapparaat al vier jaar doen en zeggen. Alarmerende taal uitkramen, gecombineerd met honderden miljarden aan steun voor wapens, Zelensky en zijn makkers en ‘whatever it takes’ propaganda.

Het is voor Joris blijkbaar niet genoeg. “Joris, Joris, Joris”, verzucht Verbrugge halverwege, als hij definitief doorkrijgt dat je met iemand die niet meer in debat gelooft ook niet meer kunt debatteren. Ad is hier op zijn best, op vaderlijke wijze probeert hij Joris weer bij de les te trekken.

Iemand die de officiële “gedocumenteerde oorlogsmisdaden” voor feiten aanneemt, die zichzelf “effectiever” vindt om “de democratie te beschermen door Oekraïne te beschermen dan als journalist te werken”, die gesprekken voert met defensie en inlichtingendiensten en van daaruit diep overtuigd is geraakt dat risico’s willen vermijden álles rechtvaardigt, is een zeeloot geworden.

Misschien was hij dat altijd al, iemand die zich met onverdraagzame overgave en fanatisme inzet voor een politiek ideaal. Een aantal jaar geleden sprong hij nog op de woke-bandwagon met zijn “Zeven vinkjes” boekje, dat het onverdiende privilege van de blanke, hetero man moest adresseren. Vanaf die tijd is het alleen maar bergafwaarts gegaan met de man die duidelijk een pathologische relatie heeft met ons thuis, met het westerse ideaal, dat zowel fundamenteel fout is als verheven boven de rest.  “Wij doen alles fout!” zegt hij tegen Ad ergens. Ja, wat is het nou Joris? Zijn we het winnen van deze oorlog eigenlijk wel waard?

Anderhalf uur hielden ze het vol. Zowel Ad Verbrugge als gespreksleidster Talitha Muusse hadden het meeste werk aan het kaderen van het gesprek (“goed om meerdere perspectieven aan het woord te laten, toch Joris?”). Dat werk is nodig als je van te voren weet dat intellectuele ‘free-fighting’ eigenlijk onbegonnen werk is. Hoe kruis je de degens met iemand die zich emotioneel tot de tand toe heeft bewapend en zich schaamteloos opwerpt als redder van de democratie. Die het heeft over zijn “lobby voor de Oekraïne” omdat je met debat, journalistiek en relativisme (“Jij bent een relativist Ad!!”) nergens komt.

Er is over de inhoud van het gesprek nog veel meer te zeggen. Maar ik kon mijn ogen vooral niet afhouden van Luyendijks voorkomen, zijn uitstraling. Ik zie het fanatisme van een reeds verslagen man. Maar die verslagenheid, heeft die betrekking op een oorlog duizenden kilometers verderop? En als zijn angst voor het verlies van ons land aan de Russen op zijn minst oprecht is, waarom krijg ik nergens een liefde voor Nederland mee? Hoe verdedig je je tegen de Russen als je in al je eerdere werk een diepe minachting voor de blanke, autochtone man tentoonspreidt? Ik krijg de indruk dat hij is gaan houden van zijn eigen tragiek. Dat de mens Joris en zijn fanatisme samenkomen in sentimentalisme over zijn eigen lijden.

Een dwaalspoor kent altijd een begin. Ik denk dat dit begin verder terug in zijn carrière ligt, en iets met zijn persoonlijk karakter te maken heeft. Want je maakt mij niet wijs dat je moet grijpen naar ‘January 6th’, of het moment “sinds de vrijlating van de bestormers van het Capitool, die erop uit waren om de hoogste vertegenwoordiger van de democratie, Nancy Pelosi op te hangen”, om uit te komen bij het gevaar van de Russen.

Zou Joris deze video wel eens hebben gezien?

Wat voegt Joris Luyendijk eigenlijk toe aan een debat dat hij zelf niet meer wil voeren?  “Zoals we ook geen debat hebben over de dijken, die zijn er gewoon”. Als een ‘dijk’ is hij bij bekende podcasts en talkshows gaan zitten, bij Radio1 en mag hij “gesprekken voeren met inlichtingendiensten”. Hij waant zich ‘een dijk’ tegen het water en de stormen van een existentiële vijand, maar weigert die dijk te onderhouden en naar de weerberichten te kijken. Hij weigert gerust gesteld te worden. Als een kind dat wil blijven mokken in de hoek.

Hij sluit zich af voor de realiteit omdat die de toekomst niet kan ombuigen. En dat laatste moet volgens hem gebeuren. En als het gevaar altijd in de toekomst ligt, en nooit in het heden of bij jezelf, nooit in een situatie die zich concreet aandient, dan is alles geoorloofd. Misschien zelfs wel gekocht worden voor de ‘goede zaak’, wie zal het zeggen.