Met nieuwe testwet kun je er vergif op innemen dat coronawet blijft

Als je het eenmaal ziet, zie je het. Dat geldt helemaal voor de in elkaar gepaste, ‘perfect fit’ van de huidige coronawet en de nieuwe testwet. Is het toeval dat alleen deze testwet er voor kan zorgen dat er een grondslag blijft bestaan voor verlenging van de (tijdelijke) coronawet na 1 juni? Een grondslag die er anders gewoon niet is? Nee, natuurlijk niet. 

Definitieve ontsoepelingen

Iedereen is klaar met de woordensalades van het kabinet, RIVM en OMT over hoe het virus ‘zich gedraagt’ en de onlogica van het beleid, maar het meest logisch en transparant is ons kabinet de laatste tijd wel over hoe ze de inperkingen van onze grondrechten op lange termijn willen voortzetten. Er zitten in de laatste wetsvoorstellen steeds meer aanwijzingen (waaronder ook de timing) dat geplande ‘versoepelingen’ geen afscheid van vrijheidsbeperkingen zullen inluiden maar juist een middel tot versteviging van de macht zijn. De definitievere ‘ontsoepelingen’ dus. Laten we eens kijken.

De Tijdelijke wet testbewijzen, een voorstel ingediend door Hugo de Jonge op 16 april jl., is onderdeel van het zogenaamde ‘openingsplan’ van het kabinet. De testen worden “tijdelijk ingezet voor toegang tot sportwedstrijden, evenementen, musea, theaters en de horeca”. Er staat ook, zoals we weten, een behoorlijk prijskaartje tegenover, een miljard voor een eerste maand proefdraaien, en daarna mogen mensen zelf ook in de buidel gaan tasten, 7.50 euro per test. Het suggereert offers voor een oplossing maar het plan drijft op het in stand houden van een opgesloten samenleving. De geslotenheid is niet het op te lossen probleem, maar de voorwaarde waaronder de testwet kan worden geïmplementeerd en tot 1 juli 2022 kan gelden. Het uitrollen van de proeven met de testen voelt ook niet voor niets gehaast en geforceerd aan, het moet snel en het mág niet naar eigen inzicht gebeuren. Een picknick tafel buiten de proef om? Mee naar het bureau!

De paradox van de gefaseerde opening

De gefaseerde ‘opening’ van de samenleving die Hugo de Jonge voorstaat is een paradox onder deze testwet omdat de vrijheidsbeperkende, onderliggende coronawet er voor nodig blijft en verlengd zal worden, en om meer dan formele redenen. Hoe meer er getest zal worden (en dat is het plan, onder de jeugd, vakantiegangers, werknemers, etc.) hoe meer cijfers er beschikbaar zijn om beperkende maatregelen mee te rechtvaardigen en hoe minder snel alles werkelijk open kan. In Duitsland is dit al te zien via een gewijzigde, vergelijkbare wet (‘Infektionsschutzgesetzes‘) waarbij het aantal positieve (zelf)testen nu ten grondslag mag liggen aan het instellen van elke nieuwe lockdown. Dat kan nu per deelstaat vanaf 100 besmettingen op 100.000 inwoners. Maar waarom testen de Duitsers dan nu massaal (verplicht) voor hun eigen lockdown? Omdat ze weer open willen, snapt u? Het verhaal wat ons ook wordt voorgeschoteld. 

De aparte, maar straks als onderdeel van de coronawet voorgestelde testwet is ook in Nederland niets minder dan een Trojaans paard voor blijvende beperkingen die eenvoudig kunnen worden gekoppeld aan het ‘bestaan van de epidemie’ en ‘besmettingscijfers’, hetgeen nu al het geval is, maar straks op grotere schaal, zeker als testen verplicht worden. En de coronawet is het zadel waarin het kabinet comfortabel het afpakken van vrijheden op die grond kan voortzetten, zogenaamd om de stapsgewijze opening mogelijk te maken. Een opening die steeds dieper het doolhof in leidt. 

Maar de testwet is toch ook tijdelijk, zult u misschien zeggen. Nee, die vervalt pas op 1 juli 2022. Waar hoogleraar staatsrecht Wim Voermans deze einddatum in de NRC “misschien een foutje” noemt “omdat er met zo’n wetsvoorstel veel haast gemoeid is”, denk ik eerder dat het met het oog op al het voorgaande vooral te doen is geweest om het creëren van een nieuwe duurzame basis voor inperkingen.

Georkestreerd ensemble van wetten

Alleen wie in de aannames van ‘alleen vaccins, maatregelen en geduld halen ons hieruit’ gelooft kijkt gemakkelijk voorbij aan het georkestreerde ensemble van deze beide wetten. Die dragen samen uitsluitend de instandhouding van de noodwetten zelf uit. Het voorstel van de testwet kent bovendien een inwerkingtredingsartikel dat als het ware de coronaspoedwet wijzigt en er een onderdeel van vormt. Ze vervolmaken elkaar als tijdelijk in hun vorm maar eeuwig in hun dans.

Als de testwet volgens onze minister van Volksgezondheid gaat over ‘stap voor stap’ openen, en de einddatum van die wet is juni 2022, dan kun je er vergif op innemen dat ook de coronawet minstens tot die tijd ons leven zal domineren. En dat staat er ook gewoon in, en dat wordt ook gezegd, maar nooit het héle verhaal. Dat is de truc.

Het einde van wensdenken

En nog even over de rol van Wim Voermans, hij is er verbaasd over in het NRC-artikel dat de “beloofde automatische afloop van de coronabeperkingen per 1 juni 2021 waarschijnlijk geen doorgang gaat vinden”. Onder welke steen leeft die man? Hoeveel is hem betaald om deze kinderlijke uitvluchten te bedenken voor wat duidelijk voorspelbaar was?

Er is namelijk nooit iets beloofd over de afloop van de beperkende maatregelen (en als dat wel zo was, hoeveel is dat waard?). Hoe vaak moeten mensen zich nog aan die steen stoten? Een schande is het dat deze hoogleraar en al die andere deskundigen in het land steevast tot het allerlaatste moment wachten – als ze al iets zeggen – om een halfbakken waarschuwingsschot te lossen, om even uit de comfortabele leunstoel te komen waarin ze eerder meenden ‘beloftes’ te hebben gehoord, goede intenties hebben ontwaard in het coronabeleid en ‘nog nooit eerder zoiets hebben meegemaakt’ en dus ook maar ‘hopen op de goede afloop’.

De voortzetting van de coronadictatuur moet op enig moment het einde van het wensdenken gaan inluiden als we hier ooit uit willen komen. Want als het verleidingskunstje het crisismanagement en de werkelijkheid eenmaal helemaal heeft overgenomen weten we al genoeg. Het gaat over iets anders dan ons welzijn. Dat zou na zo’n lange tijd genoeg moeten zijn om deze charade te stoppen.