Keihard lachen met het Stedelijk Museum

 

De website van het Stedelijk Museum heeft weer iets. De aankondiging van hun nieuwste ‘Social Justice Tentoonstelling’. Het begint zo. 

BEKENDE MIGRANTEN KUNSTENAARS

Marc Chagall, Pablo Picasso, Piet Mondriaan en andere bekende en onbekende kunstenaars trekken in de eerste helft van de vorige eeuw naar hét kunstcentrum van de wereld: Parijs. Zij moeten er hun weg vinden in een gepolariseerde samenleving, vol nationalisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme.

Hahahahahahaha. 

Als we het nu toch over die eerste helft van de 20e eeuw hebben: twee Wereldoorlogen overleefde Picasso – zonder mee te vechten overigens, daarvoor kreeg hij nogal wat kritiek – omdat er een reactie van de NATIESTATEN rondom Hitlers ‘Derde Rijk’ kwam. Gelukkig was er genoeg gerechtvaardigde haat voor die vreemde Duitsers om het fascistische zaakje op te rollen. Met hulp ook van Amerika, waar een andere ‘opvallende persoonlijkheid’ uit de besproken collectie, Josephine Baker, volgens het Stedelijk ‘teleurgesteld in was’. Ze stond dan wel in de jaren ’20 op Broadway in New York en kreeg later de Franse nationaliteit (getver) en deed verzetswerk in de oorlog, maar het verhaal is nu dat deze kunstenaars in het Stedelijk migranten waren temidden van dat vreselijke nationalisme!

Dat vreselijke antisemitisme ook belette Joodse kunstenaars van over de hele wereld niet om in die tijd in Parijs hun geluk te zoeken. Dat Joden een eeuw later massaal úit Parijs verhuizen en de gok überhaupt niet meer wagen, zoals toen, verandert niets aan deze, laten we zeggen, creatieve invalshoek van Nederlandse curatoren. Maar goed, Frankrijk kwam dus als natiestaat redelijk ongeschonden uit de oorlog, zodat Picasso de rest van zijn leven ongestoord hobby-communist kon zijn. Is ook waar. Dankzij nationalisme.

Dit is het verhaal van kunstenaars die moedige beslissingen nemen en in een vreemd land tot uitzonderlijk vernieuwend werk komen. De tentoonstelling is een uitgelezen kans om het werk van de grote moderne meesters in een ander licht te zien, én om nieuwe kunstenaars te ontdekken.”

We moeten van de Social Justice Hoeders van de Kunst en Cultuur dingen alsmaar ‘in een ander licht zien’. Namelijk het licht van ‘slachtofferschap’. Armoede, ziekte, dood en onzekerheid zijn niet genoeg om er bij te denken als je kunst bekijkt, nee, Picasso had een Spaanse ACHTERGROND. En moest zich als Spanjaard zomaar tussen die Fransen een plek verwerven. Wat bijzonder! 

Dat Chagall, Picasso en Mondriaan – vanuit verschillende achtergronden – migrant waren, is door hun roem op de achtergrond geraakt.”

Meestal werkt het zo met achtergronden, dat ze op de achtergrond raken. Daarom heet het ook achtergrond, omdat wat op de voorgrond speelt, het leven zelf, met alle voor- en tegenspoed veel interessanter is omdat we onszelf daarin met elkaar kunnen identificeren.Waarom moet ik de hele tijd van het Stedelijk Museum denken aan de huidskleur van Josephine Baker, de joodse wortels van Chagall en dan Mondriaan. Wat is Mondriaans ‘excuus’ eigenlijk om er tussen te mogen hangen? Welke bijzondere worsteling met zijn achtergrond heeft hij dan wel gehad? 

Oh daar is het antwoord al: 

Toch werden zij ondanks hun succes vaak geconfronteerd met het feit dat ze geen Fransen waren. Als arme immigrant zou de Spanjaard Picasso zich in Parijs ontpoppen tot een radicale vernieuwer. Hij blijft echter ook zijn Spaanse wortels trouw, en in zijn werk is te zien dat hij zich vaak identificeert met ‘anders-zijn’.”

Ze waren niet Frans! 

Overigens was Picasso niet arm als immigrant, maar gewoon arm in Parijs. Iedereen was arm in Parijs! Hij ging zelfs terug naar Spanje een aantal keer vanwége de armoede in Parijs. Als je het beter hebt in je land van herkomst ben je dus geen arme immigrant, maar gewoon arm. Omdát hij in Parijs kon werken en leren (en achter de vrouwen aan ging, misschien kan hij volgende keer in de #MeToo collectie schitteren) nam hij dat voor lief. Als je niet zo constant geobsedeerd bent door kleur en afkomst dan komt eindelijk wat interessant is op de voorgrond. 

Picasso ‘identificeerde’ zich met ‘anders zijn’? Ik denk eerlijk gezegd dat hij schuddebuikend van het lachen over de grond zou rollen als hij deze rondleiding van het Stedelijk over zijn eigen werk zou horen. Want alle kunstenaars waren ‘anders’. Wat hem echter anders maakte was eerder dat hij andere invloeden zoals Afrikaanse en Polynesische beeldhouwkunst gebruikte, iets wat nu verboden zou worden door het Social Justice Politburo, want cultural appropiation. Picasso en Mondriaan zouden überhaupt niet meer passen in het dwingende narratief van ‘rekening houden met’ waar nu alle progressief-moderne kunst om draait. Josephine Baker zou waarschijnlijk een Trump-aanhanger zijn geweest als ik het zo lees, dus haar biografie was ook in een la verdwenen als ze nu had geleefd. En zo gaat het vaker met dit soort tentoonstellingen. Creatieve pioniers worden op het schild gehesen voor mensen die deze creativiteit ontberen, die nog geen begin van een punnik-draadje  kunnen maken zonder eerst de regels van de linkse puriteinse moraal erop na te slaan. 

En wat afschuwelijk om vanuit je graf te horen dat je anders zijn ging over waar je wieg stond. Als Picasso al anders was wat dat omdat hij door periodes ging, zoals zijn ‘blauwe periode’ toen hij depressief was, nadat zijn vriend zichzelf door het hoofd geschoten had. Armoede was het enige ‘anders’ zijn, en ik denk dat hij juist het eendimensionale van afkomst wilde overstijgen. Om zich dus helaas in het Stedelijk terug te vinden als ‘migrant’.

Dan dit.

Chagall ervaart als Joods/Russische banneling eenzaamheid, uitsluiting en onverbloemd antisemitisme. Zijn schilderijen getuigen van een diepe heimwee; vaak komen er rabbi’s, synagogen en andere Joods-Russische elementen op voor. Ook de Nederlander Kees van Dongen stuit in zijn beginjaren op moeilijkheden. Later is hij een gevierde society-schilder in Parijs, maar in 1906 beklaagt hij zich erover dat hij in de media consequent wordt neergezet als le sale étranger: ‘de vieze buitenlander’.”

Het Stedelijk wil dat we allemaal medelijden hebben met Chagall, die niet meteen met open armen werd ontvangen zoals alle andere kunstenaars overal in de rest van de wereld de afgelopen eeuwen wél. Dat hij later een gevierde society-schilder in Parijs werd maakt niet uit, hij had van het Stedelijk meteen geaccepteerd moeten worden, zoals we nu ook alle migranten onmiddellijk met open armen moeten ontvangen en een collectie in het Stedelijk Museum moeten geven. Want hun ‘anders zijn’ is al een belofte in zichzelf!

Het kunstklimaat verandert door de Eerste Wereldoorlog. Waar voor de oorlog, ondanks de aanwezige vreemdelingenhaat, de moderne kunst gedijt, is er na de oorlog een sterke hang naar traditie en klassieke kunst. Ook de avant-gardisten passen zich hierop aan; Picasso kent dan zijn beroemde neoklassieke periode, Chagall gaat over op het universele thema van de liefde.”

Wacht even, dus ondanks al die haat en oorlog gedijt de kunst?! Misschien omdat…. er geen social justice warriors waren? En kunstenaars zich door de ellende heen moesten bijten omdat alleen GOEDE WERKEN je een kans op succes gaven? Gelukkig hebben we nu de herschrijving van die liefdevolle, klassieke periode vol aanpassingsvermogen om ons mee te troosten in het Stedelijk. Zodat we ons kunnen focussen op wat er oneerlijk is aan het leven in plaats van mogelijk.

Maar als Chagall de opdracht krijgt om de fabels van La Fontaine te illustreren, kookt de pers over van het feit dat het Franse nationaal erfgoed verbeeld wordt door een buitenlandse Jood. Mondriaan, die voor WO I in Parijs aangestoken is door de avant-garde, blijft juist zijn eigen pad volgen en gaat tegen de nieuwe Franse smaak in onverstoorbaar verder met zijn abstracte composities.”

Wat een groot onrecht dat Chagall kritiek van de pers kreeg! En dat hij op zijn afkomst werd beoordeeld. Op Al Jazeera raken ze nóóit uitgepraat over alle prachtige werken van Joodse kunstenaars die momenteel in Iran hangen. 

De tentoonstelling belicht ook onbekendere verhalen die direct met migratie en kunst te maken hebben. Zo is op werken de strijd voor dekolonisatie te zien, die na 1918 opvlamt als soldaten uit Afrika niet de erkenning krijgen voor hun aandeel in de Eerste Wereldoorlog. Verder komt de zwarte gemeenschap in Parijs in beeld, van de vele arbeiders die de stad kent tot opvallende persoonlijkheden als de Amerikaanse danser en activiste Josephine Baker.”

Er is geen enkele relatie tussen migratie en kunst in deze tentoonstelling te vinden, behalve dat het erbij verzonnen is, zoals je een showroom vol oldtimer-auto’s kunt laten zien met naakte vrouwen erop en het dan over die vrouwen kunt hebben als de raison d’être voor die auto’s. Zo werkt de kunst- en cultuursector nu. Wie en wat kunnen we er aan de haren bijslepen om het over ONSZELF te laten gaan en onze politiek correcte kijk op de wereld.

Er is ook werk te zien van baanbrekende vrouwelijke kunstenaars, zoals van de Russische avant-gardistes Natalia Goncharova en Sonia Delaunay, de Duitse Germaine Krull die zich met haar fotoboek Métal een ‘mannenonderwerp’ toe-eigent, tot abstract werkende kunstenaars als Nicolaas Warb en Marlow Moss – mannennamen waarachter een vrouw schuilging.”

Een mannenonderwerp ‘toe-eigent’? Houd op nu hoor. Ik word er bedroefd van. Het feit dat een vrouw in Parijs zich honderd jaar geleden een vrouwenonderwerp kon toe-eigenen maar we het nu niet meer eens worden of volledige gezichtsbedekking onvrijheid betekent, lijkt mij reden om Parijs in de eerste helft van de twintigste eeuw tot de meest moderne, vrije en hoopvolle periode uit te roepen. En het witwassen van onze huidige periode met valse romantiek tot ontmaskerd te verklaren.