Het Groene feestje eindigt met sloopkogel voor Duitse industrie en welvaart

28 augustus 2022

Als je kinderlijke fantasieën, teugelloos moralisme, blind fanatisme en realiteitshaat niet tijdig herkent en bijstuurt, bijvoorbeeld door een paar volwassenen met kennis van zaken orde op zaken te laten stellen, krijg je dus dit.

Nu is het natuurlijk goed gebruik om Poetin hier de schuld van te geven, maar de huidige genadeloze sloop van de Duitse industrie, welvaart en beschaving in Duitsland was al jaren geleden voorzienbaar. En het is niet voor niets dat het de Groenen zijn die met de ‘oorlog in Oekraïne’ zichtbaar in hun handen staan te wrijven om zo nóg langer en ‘vrij van blaam’ op de ingeslagen weg verder te kunnen gaan. Niets houdt deze mensen tegen, zoveel is duidelijk. En dat is ook voor Nederland een ramp van ongekende omvang.

Het zijn niet ‘de Russen’. Groen is in Duitsland al jaren aan de macht, eerst onafhankelijk van regeringscoalities en het aantal zetels in de parlementen. Geholpen door linkse media, supranationale ‘praatclubjes’ en veel subsidies hebben ze hun ecomoralisme naar absolute macht vertaald. En het was Angela Merkel die de vergroening van het politieke bestel onder haar regime ‘normaliseerde’. Ze hebben er nooit een geheim van gemaakt dat ze het kapitalisme wilden afschaffen, en desnoods kwaadschiks.

Dat schrijft ook onderzoeker en journalist Ansgar Graw (Essen, 1961) in zijn boek Die Grünen an der Macht, over de linkse partij Die Grünen.

Graw, die van 2009 tot 2017 als senior politiek correspondent in Washington D.C verslag deed voor Die Welt plaatst om te beginnen het groene ‘ecomoralisme’ in historisch perspectief. Zoals er tijdens de wederopbouw na de oorlog een christendemocratisch tijdperk aanbrak, na ’68 een sociaaldemocratische en rond de eeuwwisseling een liberale, zo beleven we nu een ‘groene hegemonie’, schrijft hij. Het groene conformisme overstijgt alle politieke verschillen die er nog zijn, zo luidt zijn eerste these. “Naast politieke correctheid heeft zich een ecologische correctheid ontwikkeld, die de taak op zich heeft genomen om de wereld te redden. En de mensen denken, groen, wat kan daar nou mis mee zijn, het is immers de kleur van de hoop, natuur, groei en vruchtbaarheid,” schrijft Graw. “De partij moet staan voor alles wat in orde is.”

Graw benadrukt nog dat hij de stelling van door de mens veroorzaakte klimaatverandering niet verwerpt. Maar hij zegt ook dat “de cijfers dat 97% of zelfs 99,94% van de wetenschappers een uniforme mening over dit onderwerp hebben, gewoon niet correct zijn”. Met afstand ziet Graw dat het er niet om gaat of mensen een impact hebben op klimaatverandering, maar hoe groot die impact is en hoe gevaarlijk de effecten nou echt zijn. En meningen daarover verschillen onder serieuze onderzoekers. Er is daarbij geen oog voor de echte problemen, is zijn tweede these. Hij noemt bijvoorbeeld het negeren van het verlies van arbeidsplaatsen en welvaart en dat een groot deel van de bevolking is afgesneden van het andere deel. De polarisering zal toenemen, schrijft hij. Daarnaast stelt Graw dat het een fout is om marktmechanismen en innovatie niet als de oplossing te zien.

Zijn derde these in de analyse van de Groenen is dat ‘de ondergangsprofeten’ van de Fridays for Future beweging en Extinction Rebellion voor verdere radicalisering zorgen: nu de politieke macht zich aandient willen de ecomoralisten geen compromissen sluiten. De meest verstrekkende constatering die Graw doet in Die Grünen an der Macht is dat hun ideologie veel fouten bevat en dat ze al eerder aan de verkeerde kant van de geschiedenis hebben gestaan. De steun voor RAF-terroristen onder andere is volgens Graw een onderbelichte aanwijzing voor hun werkelijke motieven. Het geheel levert een sinistere voorbeschouwing op van wat nog gaat komen als de macht werkelijkheid wordt, hetgeen niet ondenkbaar is nu de Groenen nog maar een paar procent-puntjes in de landelijke peilingen onder de CDU hangen (ergens tussen de 20 en 25 procent).

Graw is goed geïnformeerd. Hij heeft met alle belangrijke politici in de Groenen gesproken, hun congressen en partijdagen bezocht en historische documenten bekeken en geanalyseerd. De huidige leider van de Groenen, Robert Habeck (foto), noemt hij “een praatgroepje op twee benen, iemand die zich zorgen maakt om de wereld en alles met scepsis wil overzien.”

Het ‘ecomoralisme’ heeft kenmerken van een alternatieve religie, zegt hij. Mensen met afwijkende meningen worden als ‘ontkenners’ weggezet. “De partij biedt een mogelijkheid van een laatste oordeel aan, namelijk die van de klimaatverandering. Die ons zal straffen voor onze zonden van hebzucht en consumptie met stormen, overstromingen en uiteindelijk een onbewoonbare wereld. De eindtijd komt eraan!”

Net als in elke andere religie zijn verboden uitroepen onvermijdelijk. Dat de Groenen een echte ‘Verbotspartei’ zijn is dan ook geen legende, schrijft Graw. In de eerste twee jaar na de verkiezingen van de Bondsdag in 2017 drongen de Groenen expliciet aan op 26 verboden (voor de communisten van de veel kleinere partij ‘die Linke’ waren dat er 34, voor de liberalen 3, de SPD 2 en de CDU één).

De volgende zaken moeten volgens de Groenen worden verboden: het gebruik van genetisch gemodificeerde bomen, kernenergie, volkstellingen, commerciële televisie, kabeluitbreiding, luchthavenprojecten, nachtvluchten, korte vluchten, auto’s in stadscentra, verbrandingsmotoren (vanaf 2030), fracking, plastic zakken, plastic rietjes, steenkool, olie, reclame voor e-sigaretten, openbaar beschikbare sigarettenautomaten, limonadeverkoop op scholen, online winkelen op zondag, terrasverwarmers, paintball, ponyrijden op jaarmarkten, eersteklas coupés in de trein, enz.,enz. En met behoorlijk succes zijn veel dingen die tien jaar geleden nog normaal waren tot een openbare zonde uitgeroepen. Waarbij uiteraard minderheden, waaronder moslims, worden ontzien in de regels.

Graw rekent genadeloos af met de mythe is dat de Groenen een liberale of marktgerichte partij zijn. Er was een tijd dat er markteconomen bij de Groenen zaten (bijvoorbeeld Oswald Metzger), maar die tijd is al lang voorbij, schetst hij. “De verbale toezeggingen van de Groenen aan de markt doen denken aan toeristen die zonnebadend aan de rand van de Atlantische Oceaan tegen elkaar zeggen: ‘Het ziet er interessant uit – maar we gaan niet zwemmen totdat de golven verdwenen zijn’.

De architecten van de energietransitie, van ‘Zero Carbon’ zijn een gevaar voor de mensheid, omdat zij die laatste misschien wel als het voornaamste probleem zien. Dat is geen kwestie meer van een pathologische politieke ideologie, maar van anti-ideologie. Er is voor ons mensen geen ideaal meer te behalen, in de ogen van de slopers, maar slechts totale offerbereidheid daaraan. Het ideaal mag ons niet dienen, maar wij het ideaal. Hoe komen we weer terug op aarde?

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.