De ‘griezelvallei’ van geprogrammeerde nep-politici

‘Net een robot van de explosieven opruimingsdienst, die de politieke arena ingaat om de vijand onschadelijk te maken’

Als een humanoïde robot teveel op een mens gaat lijken ontstaat er bij mensen een gevoel van afkeer. De plotselinge omslag van vertrouwdheid en gelijkenis naar ‘eng’ en spookachtig gebeurt vanaf ongeveer 75 procent gelijkenis en stopt weer bij zo’n 90 procent gelijkenis, omdat we dan blijkbaar niet meer kunnen onderscheiden of de robot een machine of een mens is en van lieverlee maar van dat laatste uitgaan. Een industriële robot is dus niet ‘eng’ maar een robot die nog nét niet menselijk oogt (vergelijkbaar met net geen mens meer, zoals bij een lijk), is iets waar onze nekharen van overeind gaan staan. Het is ‘nep’.

Das Unheimliche’ werkt volgens mij ook de andere kant op. Als mensen te veel op humanoïde robots gaan lijken dan is er ook een afkeerreactie. Tussen een dode en een geestelijk gezond mens, dat uit meer bestaat dan de som van zijn losse onderdelen, zit ook een uncanny valley. Psychopaten staat erom bekend ‘nep’ en ‘vreemd’ te zijn. Ze scoren hoog op antropomorfisme (menselijke gelijkenis) maar laag op vertrouwdheid. Je hoeft geen batterij in je rug te hebben, of geprogrammeerd te zijn door een computer om over te komen als een personage uit ‘The Invasion of the Bodysnatchers’. 

De Japanse roboticaprofessor Masahiro Mori bedacht in 1970, op grond van het werk van psychiaters Sigmund Freud en Ernst Jentsch, de term ‘uncanny valley’ om deze reactie op het verschil tussen het menselijke en het machinale (of dode) beter te visualiseren (zie hierboven). Ook de gaming industrie gebruikt standaard de theorie van Mori, die eigenlijk zegt: als je je producten wilt verkopen, vermijdt de griezelvallei

In de politiek vermijdt men de griezelvallei niet, of niet goed meer. Het met uitgestreken gezicht uitspreken van eentonige one-liners, tegenstrijdige boodschappen en valse beloftes was al nep genoeg, maar met gebrekkige menselijkheid en een uitgeklede moraal valt te leven. Het is eerder de komst van een soort oprechte onmenselijkheid wat het uncanny (spookachtig) maakt . VVD’er Klaas Dijkhoff, die niet snel als ‘nep’ of ‘vreemd’ wordt aangeduid (maar mijn nekharen wel overeind zet) is de bijna 90% equivalent van de politieke mens die de gewone-man-op-bank-met-een-biertje uitstraalt. Klaas wijkt maar een millimeter gezichtsuitdrukking af van ‘ah joh boeiuh’, waardoor niet duidelijk is of hij dat is, of juist helemaal niet. De nét niet a-politicus, zoals hij, is de uncanny politicus. De Amerikaanse Alexandria Ocasio-Cortez heeft zelfs al een robotnaam: ‘AOC’. Ze zou zijn gecast voor de rol van congreslid. Alles wordt door anderen bedacht: haar tweets, optredens en uitspraken. Het bewijs is overtuigend.

Jesse Klaver is in feite ook gecast, ook ‘nep’ en ‘vreemd’ op de schaal van ’uncanny valleyness’. Menselijk, al the menselijk – dat wel, in zijn totale mislukking vooral om de rol van ‘robot’ overtuigend neer te zetten. Het enge aan zijn ‘nep’ is namelijk niet dat het klunzig of onhandig is – want elke politicus speelt slecht toneel – maar dat hij zich richting een ‘overtuigende humanoïde’ beweegt, net als Klaas, naar de linkerkant van de vallei dus. Hij is de uitgeprinte versie van Obama, Trudeau en -recenter- presidentskandidaat Beto O’Rourke. Die ook allemaal links van de vallei bivakkeren. Bij Rob Jetten zien we dit nog duidelijker. Zelfs zijn hardlooppasjes lijken op hardlooppasjes. Zijn bewondering voor Hans Mierlo is bijna perfect uitgevoerd in al zijn oprechte ‘onmenselijkheid’. Het is net alsof het Van Mierlo helemaal niet aangaat als hij het over hem heeft. Heel ‘vreemd’.

De rechterkant van de griezelvallei, waar mensen mensen zijn, is blijkbaar geen goede strategie in met name het linkse spectrum van de politiek. Liever een échte ‘nep’ dan een onhandige ‘echt’. Het is goedkoper, efficiënter, ook al jaagt het mensen schrik aan. En misschien is die schrik wel de strategie, die mensen desoriënteert in de herkenning van het eigene en vertrouwde.

Geconstateerd wordt het in ieder geval. Schrijver Marcel van Roosmalen zei gisteren op de radio over de nep van Jesse Klaver: “alles is vorm, er is geen inhoud. Hij weet zelf niet wat hij zegt: hij is een lege huls.”

Klaver, Dijkhoff en Jetten en dat gekke mens in de VS (en nog veel meer NPC’s zoals ze ook wel worden genoemd) zijn voor mij wezensvreemd. Niet omdat ze geen mensen zijn, maar omdat ze ‘aanvoelen’ als een overgeprogrammeerde politicus, een robot van de EOD, de explosieven opruimingsdienst, die de politieke arena ingaat om de vijand onschadelijk te maken zonder iets van zichzelf op het spel te zetten.

Onze mensen-mensen-radar staat gelukkig altijd aan. We merken het gelijk als er iets niet klopt en zoeken het veilige en vertrouwde. Daar staat tegenover dat als er een stofzuigende robot door de kamer rijdt, dat dat ook okay is. Maar hij moet er dus niet uitzien als mijn overleden tante, of iets wat ik zelf zou kunnen zijn, of praatjes hebben. Zoals Jesse Klaver.