Als radicalen tien procent van de samenleving uitmaken volgt de rest vanzelf

‘Of bouw een tegenbeweging die de tirannie van de minderheid kan stoppen’

‘We zijn met meer’ is handig als je in een donker steegje in Caracas, Venezuela (de gevaarlijkste stad ter wereld) tegen een gewapende bende oploopt. Het is beter om ‘met meer’ te zijn als de scheidsrechter net twee man van het andere team heeft weggestuurd, maar verder biedt de door politici en activisten veelgebruikte term ‘wij zijn met meer’ geen enkel aanwijsbaar voordeel. Het is de marketingpraat van de wanhopigen, die alleen nog in getallen rendement zien, niet in hun ideeën. En zelfs die getallen zijn niet echt. Want hoe homogeen is een samenleving nou helemaal? Waarméé zijn we dan meer?

Het gepresenteerde ‘meer’ is goed beschouwd niet meer dan het sentiment van de Eeuwig Aanwezige en Onveranderlijke (misschien wel Opgezette) Nederlander die langs de route op Koningsdag Maxima en Alexander toezwaait, of een dagje strand gaat doen in Katwijk en daar “geniet” van een broodje haring. Eigenlijk mensen die continu reageren op het weer of bekende Nederlanders en tussendoor hun vuilnis buitenzetten. Van deze geestestoestand willen staatsmedia en overheid graag veel ‘meer, meer, meer’. Het enige wat de continuïteit van deze voortdurende replica’s verstoort is het gewicht van de Prinsessen op beeld en de door het beeld zwemmende en zichzelf voor rijdende auto’s gooiende klimaat-krankzinnigen.

Happy few

Mark Rutte heeft er vooral een handje van. “Wij zijn met meer,” zegt hij bijvoorbeeld na aanslagen. Met dezelfde mond worden vergelijkbare mantra’s, zoals dat “het hartstikke goed gaat in Nederland – veel beter dan in de rest van de wereld” verkondigd. De zekerheid, de geruststelling van het ‘met meer zijn’ wordt dus gekoppeld aan een lot-in-de-loterij gevoel, het idee dat je onderdeel bent van de happy few. De overheid verspreidt graag simultaan beide ‘zekerheden’ die in feite de grootste onzekerheden in ons leven vormen. De meerderheid kan afschrikwekkend worden (en de minderheid een vriend in nood). En als het zo goed gaat in Nederland, waarom geeft de meerderheid wat wij hebben cadeau aan vreemden van buitenaf?

Als de mensen die pas écht met meer zijn ongehinderd de Europese grenzen blijven oversteken (zoals nu gebeurt) dan is de rest van de óngelukkige wereld ineens met meer hiér. Is dat wat de meerderheid in Nederland wil? Nee, natuurlijk niet.

In feite is een radicale minderheid aan de macht die de politieke correcte leefregels van irrationeel links uitdraagt dan wel overneemt en het ‘meerderheidsgevoel’ exploiteert. Met ‘meer zijn’ betekent voor hen simpelweg dat hun gevoelens en idealen zwaarder wegen. In Amsterdam is de meerderheid niet GroenLinks maar toch drukt die partij overal haar stempel op. De tirannie van zo’n minderheid is niets minder een meerderheid dan een echte meerderheid in getallen.

Weigering protectionistisch te zijn

Dat we niet ‘met meer zijn’ en dus sterker tegenover onverdraagzame, intolerante radicalen, die vanuit salafistische moskeeën, universiteiten, media en belangenclubjes hun gif over ons uitstrooien, is afgezien van onze weigering om daadwerkelijk protectionistisch te zijn, ook waar om een andere reden. We zijn slechts ‘met meer’ totdat we het niet meer zijn, bewijst een wetenschappelijke studie.

Wetenschappers aan het ‘Rensselaer Polytechnic Institute’ in de Verenigde Staten hebben ontdekt dat als tien procent van de bevolking een onwrikbaar geloof koestert dat dit altijd zal worden overgenomen door de meerderheid van de populatie. Niet acht of negen procent, maar tien procent. Dat is het omslagpunt.

Ze zeggen: ‘over het algemeen vinden mensen het niet leuk om een onpopulaire mening te hebben, dus zoeken ze naar consensus. Dit zoeken leidt ertoe dat ze zich laten overtuigen, dat ze meebuigen, anderen overtuigen.’ Tien procent heeft genoeg playing field en tools om te overtuigen.

Hoe snel het kan gaan

Dit verklaart voor mij het gebrek aan evenredige weerstand tegenover de huidige radicale identiteitspolitiek, die in onze samenleving taal wil beheersen, straatnamen wil veranderen, beelden wil verwijderen, biologische verschillen tussen mannen en vrouwen institutioneel opheffen en de wereld naar een ideologische utopie wil vormen. Tegenstanders van dit destructivisme trekken vaak aan het kortste eind – niet omdat ze niet met ‘meer zijn’ maar omdat ze moeten opboksen tegen de besmettelijkheid van tien procent onbuigzaamheid (tegenover de meerderheid).

People begin to question their own views at first and then completely adopt the new view to spread it even further. If the true believers just influenced their neighbors, that wouldn’t change anything within the larger system, as we saw with percentages less than 10 procent.”

‘Met meer zijn’ is leuk als troostende theorie, totdat je binnen een mum van tijd, aantal jaren meestal, ineens echt onderdeel bent van een nieuwe meerderheid, en je moet dan maar hopen dat die vervolgens minderheidsstandpunten zal tolereren. Hoe snel het kan gaan laten de wetenschappers zien in voorbeelden van Hitler Duitsland, de Arabische Lente en – als het onderzoek recenter was gedaan – radicaal links in onze universiteiten en overheidsinstellingen. Wees dus maar liever ‘met meer dan 90 procent’ om dat tegen te gaan.

Of bouw een tegenbeweging van meer dan tien procent, zoals de nationalistische ‘Vox’ partij in Spanje dat nu is (met 10,3%) , zoals de AfD in Duitsland (18 procent), Forum voor Democratie in Nederland (inmiddels ruim 15 procent). Bewegingen die mensen over de streep trekken om pas echt onder de invloedssfeer van de door de minderheid geterroriseerde ‘meerderheid’ uit te komen. Want jezelf presenteren als een minderheid, is pas waar je invloed echt begint.