Recensie ‘De Psychologie van Totalitarisme’: Mattias Desmet verzuimt in de kwade ziel te knijpen

22 juni 2022

In zijn boek De Psychologie van Totalitarisme verklaart Mattias Desmet met grote helderheid hoe de mens uit existentiële angst in totalitaire structuren zijn heil is gaan zoeken en hoe een mechanistische, anti-humanistische ideologie zowel vat heeft gekregen op de massa als diens menners. Ik ben het echter niet eens met zijn aanname dat bewust weten of kwade wil ontbreekt in het ‘blind volgen’ van een utopistische ideologie. Sterker nog, de ontkenning van het kwaad (en het uitgaan van het goede of machteloze) is onze blinde vlek in het tijdig herkennen en wegblijven van dit destructieve systeem.

(Dit artikel verscheen 21 juni jl. op de website van Het Renaissance Instituut, 1 juli a.s. zal ik daar tijdens een borrellezing deze materie bespreken met publiek. Houdt de website van het instituut in de gaten voor kaarten.)

Iedere keer als er een publicatie verschijnt die niet in het gangbare narratief over deze tijd past, volgt er de nodige ophef (als je geluk hebt als auteur en je werk niet onmiddellijk wordt begraven uit censuurdrift). De reacties zijn altijd dezelfde: dit is geen expert, dit een complottheorie, dit is stemmingmakerij, dit is een verdienmodel. Bij het boek van Mattias Desmet was het niet anders. Toch hadden critici er nog een hele kluif aan. Desmet schreef vanuit zijn expertise als psycholoog een boek over totalitarisme, in het licht van de coronacrisis en het ontbreken van een Groter Verhaal over deze tijd. Desmet had geen betere expert kunnen zijn. Er is namelijk een reden waarom economen, sociologen, historici of juristen dit boek niét schreven. Omdat deze tijd een crisis van de menselijke psyche is, en omdat totalitarisme daarin gedijt. En omdat elke andere invalshoek het zicht op de waarheid over onze benarde situatie verder zou hebben belemmerd.

 

Zijn dieptepsychologie kun je evenmin een complottheorie noemen, omdat totalitarisme als theorie nu juist uitgaat van de afwezigheid van een complot. De drijvende, destructieve kracht – ‘het geheime plan’ – is de massa zelf, die onder hypnose een collectivistisch, mechanisch ‘brein’ wordt dat blind volgt (en vaak overtuigd is van zijn gelijk) en geen weet heeft van de verwoestende consequenties.

 

Het lijkt erop dat critici van Desmet en ‘totalitarisme-ontkenners’ in het algemeen de diagnose ‘totalitair’ ongrijpbaar en absurd vinden; iets wat absoluut geen plek heeft in het ‘vrije, democratische Westen’. Het is een term die je hooguit als eufemisme gebruikt om doemscenario’s te omschrijven (“Trump toont ons zijn totalitaire mentaliteit”). Een spook uit de twintigste eeuw, een niet met onze sterk ontwikkelde ego’s te verenigen zelfbeeld. Maar Desmet bewijst overtuigend dat het even ongrijpbaar is als accuraat. Die ongrijpbaarheid is immers eigen aan totalitarisme, omdat het by design de mensen een blinddoek omdoet en ze laat dwalen over hun mentale vermogens en de wereld om hen heen. Massavorming speelt daarin een bepalende rol.

U mag gratis verder lezen. Dat blijft ook zo. Deze website is wel afhankelijk van uw donaties. Steun ook vrije journalistiek in deze tijd van het Nieuwe Normaal. Wat normaal is bepalen wij samen. Onderaan dit artikel kunt u mij financieel steunen, waarvoor dank.

Ook psycholoog Gustav Le Bon, waar Desmet naar verwijst, schreef in 1895 in zijn De psychologie van de massa dat de mens in massaal verband optreedt conform de intelligentie van de minst intelligenten in de groep. “In de massasituatie is de individuele persoon lichtgeloviger en ook vatbaar voor propaganda en massapsychoses”. Die persoon doet wat al besloten ligt in het traject, gaat op in het ideologische raderwerk en vaart welwillend of gelaten mee in de logische eindconclusie: de destructie van het bestaan zelf.

 

Met betrekking tot de coronacrisis verklaart dit volgens Desmet hoe “het onvoorstelbare werkelijkheid werd: er ontstond in een mum van tijd een wereldwijd maatschappelijk draagvlak om het voorbeeld van China te volgen en een groot deel van de wereldbevolking onder feitelijk huisarrest te plaatsen. (…) En daar bleef het niet bij. Virologen-experts werden opgeroepen als de varkens van Orwell – de slimste dieren van de boerderij – om de onbetrouwbare mensen-politici te vervangen. Zij zouden de dierenboerderij met correcte – wetenschappelijke – informatie leiden in tijden van pest”.

 

De oplettende lezer zal zeggen: wie riep die slimste varkens van de boerderij dan op, en wie zitten er dan achter die propaganda? Hoe kun je gehypnotiseerd raken zonder hypnotiseur? Volgens Desmet zijn ook de menners van de massa, de leiders en propagandisten, zelf-gehypnotiseerd”. Niemand lijkt dus de leiding te nemen, of de volledige controle te hebben, en toch is er sprake van een totale controle en beheersing van buitenaf op ons individuele leven. Een stuurloos schip op weg naar de ijsberg.

 

In het boek wordt de oorsprong van de crisis die het totalitaire systeem ‘bezielde’ (met steeds een nieuw object van angst: de terrorist, de populist, klimaatopwarming, corona) toegeschreven aan het verlies van een Groot Verhaal over onze tijd. “We hebben ons hele mens- en wereldbeeld gevormd naar ons geloof dat we op basis van ratio een utopische maatschappij kunnen creëren”, schrijft Desmet. Deze overmoed leidde ertoe dat de wetenschap het richtinggevende principe werd en gaandeweg ethische en morele keuzes, religie en de wereld van de verhalen en de vormen achter zich liet. Met alle gevolgen van dien.

 

Desmet ziet vanwege deze dieperliggende oorzaken geen kapiteins op het schip. Dus ook Mark Rutte, Klaus Schwab, Bill Gates, Ursula von der Leyen, Justin Trudeau, Emmanuel Macron, en al die andere figuren die met één mond lijken te spreken en ons zonder ‘plan’ naar een nieuwe horizon leiden, zijn volgens Desmet net zo goed geatomiseerde subjecten gevangen in een mechanistisch-materialistisch wereldbeeld. Desmet: “Wat de menners van de massa kenmerkt, is niet hun geldzucht of sadisme, maar hun morbide ideologische gedrevenheid: de realiteit moet en zal worden aangepast aan de ideologische fictie”. Als we Desmet op dit punt moeten geloven, is het dus bijna onmogelijk om nóg verder weg te blijven van complottheorieën als je het beleid rond de meest recente crisissen als totalitair duidt. Het is dé ultieme anti-complottheorie.

 

Daar komt nog bij dat Desmet een duidelijk onderscheid maakt met het ‘bendeleiders’-totalitarisme van de twintigste eeuw, waarin er (weten we nu) wel degelijk geheime plannen werden gesmeed om hele bevolkingsgroepen uit te roeien (hoewel hij ook deze plannenmakerij wat minder overtuigend probeert te wijden aan de zelfhypnose van de bendeleiders). Hiervoor ziet Desmet blijkbaar nu geen aanwijzingen en hij bekritiseert het complotdenken dan ook als zodanig. Hij ziet dat denken als de keerzijde van massavorming: een neiging door te slaan in het tegenovergestelde. “Complotdenken leidt ook steevast tot ontmenselijking van een bepaalde groep”, schrijft hij. Een nogal stevige bewering, die wankelt in het licht van zijn beperkte definitie ervan en de voorbeelden die hij noemt waarin mensen in het verleden als complotdenkers werden weggezet maar toch gelijk bleken te hebben. Onder andere getuigen van de vernietigingskampen.

 

Feit is dat de overall deskundigheid en intellectuele integriteit van Desmet niet kunnen voorkomen dat het object van zijn onderzoek, de samenleving in psychologische zin, op hem reageert zoals je op basis van zijn analyse zou verwachten. De massa wijst hem af, de ‘wakkeren’ omarmen hem en willen wereldwijd met hem spreken in interviews, podcasts en films. Desmet is als de bioloog die het energetisch veld van een zwerm spreeuwen beschrijft en die tegelijkertijd voorbij ziet trekken in de publieke reacties op hem. De synchrone en vloeiende beweging van het regelapparaat in overheid, media en academie houdt de zwerm bij elkaar, voorkomt botsingen en aanvallen van roofdieren. Een voorbeeld: op de site van de VPRO lezen we een interview met Desmet. In een apart katern wordt nog even extra vermeld dat Desmet “in dit artikel niet wordt behandeld als een corona-expert, maar als psycholoog die groepsgedrag analyseert” en dat zijn ideeën “gevaarlijk” zijn genoemd.

 

De VPRO laat dus in het midden of zij dat ook vinden, maar duidelijk is dat Desmet gepositioneerd moet worden als een buitenstaander. Het hele interview is een reflectie daarvan. Desmet is duidelijk niet de spreeuw die in de zwerm meevliegt. En alleen zo wordt de zwerm ook zichtbaar. Dat is ook de reden dat Desmet aan het einde van zijn boek nadrukkelijk oproept zoveel mogelijk de waarheid te spreken: om zichtbaar te maken wat van binnenuit niet meer zichtbaar is.

 

Het beeld van de spreeuwen (dat ook even voorbijkomt in het boek) is natuurlijk een te romantische voorstelling van de massavorming in deze tijd. De natuurlijke, biologische wereld heeft er weinig mee van doen. Desmet heeft het dan ook over een “raderwerk van experts, media en politici, een geoliede machine die afhankelijk is van voorspelbare en vastomlijnde ideeën en handelingen”. Kritiekloos en gedachteloos moet het regelapparaat worden bediend en gevolgd, aan de hand van een mechanistische ideologie die niet verder af kan staan van het Verlichtingsideaal. Dat laatste ideaal, het optimistische en energieke streven van de mens om de wereld te begrijpen, zijn we volgens Desmet geheel verloren.

 

De onmogelijkheid voor ‘de gehypnotiseerden’ om te zien dat de samenleving totalitair is, of totalitaire trekken vertoont, is dus het wezenskenmerk van dit systeem. De gedachte en het idee dat we in deze nieuwe zwarte periode zitten waarin iedereen “naar het zwartste punt toeloopt” zou niemand die bij zijn volle verstand is kunnen verdragen. Volgens Desmet zitten wij in “een vicieuze cirkel van angst, controledrang en de radicale destructie van de psychische en fysieke integriteit van het menselijk wezen”.

 

Het is onmogelijk om de bewijzen hiervoor in de samenleving te missen. Zeker nu aan de vooravond van de zoveelste lockdown, die zonder schroom of reflectie weer is aangekondigd, alle radertjes weer gaan draaien om strategieën, plannen en adviezen uit te rollen. Neem de horeca in Nederland. Na alles wat ze al hebben doorstaan smeken ze niet om vrijheid en gezond verstand, maar om duidelijkheid, om regels en om een “visie”.  Van boven welteverstaan. Het is niet voor niets dat de overheid opzichtig om “eigen verantwoordelijkheid” vraagt. Dat is nou juist wat de mensen in de jungle van regels en strikte moraal niet meer kunnen opbrengen. Die oproep doet hun oneigenlijke verlangen naar meer controle, meer zekerheid en meer veiligheid juist toenemen.

 

De gevolgen van dit alles zijn dramatisch en schrijnend en het einde is nog lang niet in zicht. Voor elke leugen waar het massabrein in is gaan geloven (“prikken om uit de crisis te komen, thuisblijven voor de ander, van het gas af tegen Poetin, geen vlees en melk meer vanwege het klimaat”) komen er nog tien bij die de oerleugen in stand moeten houden. De massamens komt zo ook nooit ergens ‘op uit’, maar moet steeds opnieuw het ritje op de draaimolen maken om nog enig bestaansbesef te hebben. Die (ontoegankelijke) waarheid creëert vervolgens meer angst. Want er is geen verlossing in zicht. Die verlossing moet wel ergens vandaan komen, maar wordt gezocht buiten onszelf; in de overheid, in ‘de wetenschap’, in een allesomvattende ideologie die er vooral in bestaat ons niét te bevrijden van angsten, onzekerheden en morele geboden.

 

Vriend en vijand kunnen niet anders dan vaststellen dan dat er blijkbaar ‘iets’ is wat het definitief lijkt te hebben overgenomen. ‘Iets’ waar de mens zelf geen controle meer over heeft. Zoals Desmet het zegt: “de mens resoneert niet langer met de wereld rondom hem, iets verandert het menselijke wezen in een geatomiseerd subject. Het is precies in dit subject dat Hannah Arendt het elementaire bestanddeel van de totalitaire staat herkende”.

 

Ik kom toe aan mijn kritiek op het boek. Dat een onwetende, blinde massa in een totalitair systeem in staat is tot de meest gruwelijke misdaden is een feit van algemene bekendheid. Maar die uitleg is ook bedrieglijk en onvolledig, omdat geld- en machtszucht, sadisme en psychopathie bij uitstek floreren in totalitaire systemen en omdat psychopathie, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, wel degelijk een bewuste staat van ‘zijn’ is. Kwade motieven (genieten van het toebrengen van leed, controle uitoefenen over anderen en wraak nemen op het leven zelf) krijgen bij uitstek kans ongestraft te blijven in een samenleving waar geen correctie meer is, waar geen ‘natuurlijke’ botsing op de realiteit meer bestaat, omdat die gefingeerd is.

 

Waarom laat Desmet dit buiten beschouwing? Ik denk om drie redenen. In de psychologie bestaat al sinds jaar en dag het geloof dat de mens ‘goed geboren wordt en slecht gemaakt’. Om de eenvoudige reden dat de psychologie anders aan bestaansrecht verliest. Aan mensen moet je kunnen sleutelen. Dit zie je het sterkst terug in het strafrecht, waar resocialisatie, behandelingen, TBS, voorwaardelijke straffen, proeftijden en rechtvaardigingsgronden aan de orde van de dag zijn. De mens is het resultaat van zijn omgeving of ‘dingen die hem overkomen’: een slechte jeugd, een verslaving, de maatschappij zelf. Er is niets mis met deze leer van ‘de tweede kans’, maar de consequentie daarvan is dat het oordeel over goed en kwaad naar de achtergrond is verdwenen. Zoals ook ons begrip van hoe gewetenloze actoren dit geloof uitbuiten en naar hun hand zetten. In de gevangenis zitten meestal geen psychopaten, maar eerder mensen die niet de kunst verstaan van het systeem misbruiken om heiliger dan heilig te lijken, die niet in de top van het bedrijfsleven, de politiek of de media zitten en misbruik maken van het vertrouwen en de goedheid van anderen.

 

Ten tweede komt Desmet niet toe aan het verantwoordelijk houden van sleutelfiguren omdat de afwezigheid van enige kwade opzet in het totalitaire systeem logischerwijze uit de analyse zelf volgt, zoals ik hiervoor al aangaf. De massa in een totalitair systeem ontneemt het individu diens verantwoordelijkheid, dus ook de menners, die tegen hun bewuste wil opgesloten zouden zitten in een waan. Zoals ik al aangaf is dit onvolledig omdat het evengoed logisch is dat het verlies aan verantwoordelijkheid vooraf ging aan het opgaan in de massa. Op welk moment en in welke staat besluit een moordenaar zijn vijand te doden? Desmet zegt eigenlijk: op het moment dat iemand hiertoe overgaat is hij eigenlijk al gek, willoos, want welk mens zou een ander willen doden? Daarom wordt in de praktijk altijd naarstig naar verklaringen gezocht voor het ‘banale kwaad’ van de bureaucraat, voor de ‘morbide ideoloog’, die in feite ook weer passen in dat mechanistische wereldbeeld van de maakbare mens; de mens met weeffouten. Het miskent het bewuste weten dat altijd vooraf gaat aan het opgeven van verantwoordelijkheid voor individuele keuzes. De menselijke psyche en geest zijn zeer wel in staat ons daar constant aan te herinneren; via de gevoelens van haat die worden aangewakkerd, via de wet van de projectie (het spiegelen van eigen tekortkomingen aan anderen), het emotioneel uithalen in het licht van de waarheid en het constant moeten liegen over van alles. Het is wel degelijk een zelfgekozen hel.

 

Tot slot is er het maatschappelijk taboe op psychopathie als organiserend principe. Psychopathie is een persoonlijkheidsstoornis van de ergste soort, waarbij de gewetensfunctie geheel ontbreekt. Wat minder bekend is, is dat psychopaten wel degelijk weten wat ze doen en het verschil tussen goed en kwaad kennen. Ze vinden alleen dat de regels niet voor hen gelden. Psychopaten parasiteren op het gevoelsleven van anderen, bij voorkeur in posities van macht en wakkeren ook psychopathie in anderen aan, als overlevingsstrategie. Naar mijn mening lijdt het geen twijfel dat dit een (misschien wel bepalende) rol speelt in de vernietiging van onze samenleving. Hierover heb ik vaak verschil van mening met mensen en het belangrijkste struikelblok is altijd het ongeloof dat “een paar slechteriken” hiermee weg zouden kunnen komen. Ze komen ermee weg omdat wij denken dat iedereen een groot kwaad zou herkennen en ertegen zou optreden, maar dat laatste is nu juist wat in een totalitair systeem als eerste sneuvelt: de gave te herkennen wie er nog gewetensvol handelt en wie niet. Het collectieve geweten is als het ware versmolten met de ideologie, omdat die laatste alle antwoorden al in zich zou dragen, ons lot al voor ons heeft bepaald en de weg terugvinden uit de hel van de massa een bijna onmogelijke, ondraaglijke taak is geworden.

Tot slot enkele hoopvolle woorden: het totalitaire systeem is vanwege zijn aard onhoudbaar. De realiteit is niet weg te maken, hoe groot het geweld ertegen ook is. Maar de weg terug is via de individuele verantwoordelijkheid, de waarheid en het herkennen en ontmaskeren van de menners die het meeste geïnvesteerd hebben om ons van iets anders te overtuigen.