Nederlandse gele hesjes al helemaal kapot ge-doe-normaald

Het gele hesje is wel heel snel ingewikkeld geworden in Nederland. Maar het signaal voor: ‘pas op hier ben ik’ —  sinds november 2018 de reflector in de koplampen van de macht — is helemaal niet ingewikkeld. Dat cynici liever onbeantwoord laten ‘wat die mensen (daar in Frankrijk) nou toch bedoelen en willen’ maakt het niet raadselachtiger. Het maakt het voor mensen als ik alleen maar duidelijker hoe groot het bord voor de kop van veel Nederlanders en Europeanen is, waarbij het voor Nederland vooral de eis van pretentieloosheid is die de boventoon voert, een eis die wordt ingezet om de ‘ver-gezelliging’ nog wat kracht bij te zetten.

Op de tv, het publieke portaal naar het ondergrondse, zien we dat ook. Gepresenteerd als ‘humor’ en ‘lekker normaal doen’ loopt de hekel voor ‘niet normaal’ weer de spuigaten uit. Want vergis je niet, de uitzonderlijken en uitverkorenen willen graag door het leven als ‘normaal’ (letterlijk: de norm)! Dat verplicht namelijk tot niets maar houdt ze wel lekker warm. 

Zo horen we van tevreden journalist-buikspreekpoppen en BN’ers dat gele hesjes-dragers mensen zijn die ‘het niet eens lukt om het eens te worden waarover ze demonstreren’ of: mensen die terugwillen naar het Nederland van ’15 miljoen mensen’ uit 1996. Steeds weer die ‘Boze Nederlanders’ die kennelijk geen NOS kijken om te horen dat ze niet boos, maar juist tevreden zijn. Mopperkonten, aandachtstrekkers, sfeerbedervers. Journalisten trekken ook de hesjes aan voor de camera: “kleedt goed af hè” zegt “anti-onderbuik” verslaggever van RTV-Rijnmond Paul Versteek op een camera. De (zelf)haat is ondraaglijk sterk aanwezig. En dan de steeds bekakter pratende Rutte die vindt dat de hesjes “van goede kwaliteit” zijn, meer weet hij er niet over te zeggen. De boodschap: jullie zijn letterlijk het stoffelijke, niet het geestelijke voor mij.

Nu is het kabinet “solidair met de hesjes”, maar in combinatie met de pathetiek-propaganda betekent dat niet veel goeds. Die ‘stakkers’ verdienen een pluim, dat werk. 

De doe-normaal ziekte zit aan beide kanten overigens. Toen ik hoorde dat 15 miljoen mensen het ‘strijdlied’ werd van de Nederlandse hesjes, kromp ik ineen van schaamte. Wees een volk, dacht ik, geen cliché ervan. ’15 miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde’. Ok, stop! Laat maar. Zingen over hoe onbeduidend je ronddoolt in het heelal is geen begin van een revolutie. Sterker nog, het is alsof je er met de brandblusser overheen gaat voordat er brand is. En ’15 miljoen’? De klacht was nou toch juist dat we er tien- of honderdduizenden immigranten per jaar bij krijgen? Dit is gewoon enorme bad persuasion.

En sowieso, houd op met die melancholie in de sfeer van een avondvierdaagse. Verwoord je klacht inderdaad, onderzoek de beweging in Frankrijk, formuleer een doel — speel geen ‘ondergronds verzet’ en ‘dapperheid’ met je neus in de wind op de Erasmusbrug. 

Conclusie: de mogelijkheid om zo een momentum te creëren op de golven van Franse onderbuiken en hartenkreten is helaas weer weg ge-doe-normaald, maar de schuld zit aan beide kanten. Want wie die ene vrouw in Parijs zag, die met gespreide armen op de politie afliep, haar hesje afgooide, haar jas ook, op haar knieën zakte en riep: wij haten jullie niet eens! Jullie horen bij ons!’ moet dát pakken, dat is de opstand van de mens tegenover een allesoverheersende elite. Je moet het beest serieus in de ogen kijken.

Dat snapten de Fransen heel goed met het simpele maar doeltreffende ‘Kijk Naar Ons’ — kaarsrecht tegenover de elite die zich van het volk heeft afgekeerd, die de noden en lasten van hardwerkende mensen, de schouders van élke samenleving, als een stoorzender beschouwd voor hun (snode) plannen. Dat is nu inmiddels wel duidelijk geworden. 

Het moet in Nederland blijkbaar eerst nog veel slechter gaan voordat ‘normaal’ en ‘tevreden’ een heel andere betekenis krijgen. Tot die tijd laten we het ons nog te graag wijsmaken. En zingen we liedjes over lang vervlogen tijden uit lang vervlogen tijden.