De boycot is een krachtig strijdmiddel in het ontmantelen en ontwrichten van alles wat onrechtvaardig is.
Jaren geleden gaf ik voor het laatst een euro uit bij ’s Neerlands grootste supermarkt, de bijbehorende populaire online retailer en drogist, enkele grote kledingwinkels en ’s werelds grootste meubelzaak. Het beleid van deze multinationals gaf mij een té ongemakkelijk gevoel bij het achterlaten van mijn geld. Vermijden is een kleine moeite, er bestaan andere principes die meer overtuiging en doorzettingsvermogen vragen dan het niet ronddwalen in een druk meubeldoolhof. Het was hier dat een moeder met tweeling baby’s werd geweigerd vanwege een twee-personen-limiet. Het was hier dat mensen met een uitzondering voor mondkapjes een gele sticker op hun jas moesten dragen. Ik mis de Zweedse gehaktballetjes niet, ten eerste omdat ik me niet meer ongemakkelijk hoef te voelen, ten tweede omdat de boycot het krachtigste middel is in de geschiedenis van vreedzame omwentelingen en burgerlijke ongehoorzaamheid.
Wie anders dan de Ieren legden anderhalve eeuw geleden de taalkundige fundering. Het woord ‘boycot’ werd in Ierland voor het eerst gebruikt als alternatief voor ‘ostracize’, ofwel het bewust uitbannen en vermijden. ‘Boycot’ kwam voort uit een conflict in 1880 rondom Charles Boycott, die net iets te gretig hoge huren kwam incasseren voor Engelse grootgrondbezitters en iedereen uit hun huis zette die niet kon betalen. De Ieren waren er snel klaar mee. Het duurde niet lang voordat Boycott zich gedwongen voelde om een andere naam aan te nemen en naar de Verenigde Staten te vluchten.
Een boycot ontstaat uit een waardesysteem dat in natuurlijke omstandigheden de fundering is van integriteit. De definitie van integriteit is de eenheid in voelen, zeggen en doen. Wanneer gevoel en communicatie nauw verbonden zijn met de realiteit, is het gedrag in overeenstemming: putting your money where your mouth is. Een goed voorbeeld hiervan zijn de relatief onbekende Essenen, die tweeduizend jaar geleden leefden.
Zij bleven trouw aan waarden en principes in een vijandige omgeving. Vlak voordat de Romeinen hun dorp verwoestten in 68 N.Chr. verstopten ze de Dode Zee-rollen, zo’n duizend manuscripten, in speciale vazen in grotten voor toekomstige generaties. In de winter van 1946-47 werden ze gevonden door een herder die een afgedwaalde geit volgde. Sindsdien is een groot deel van de Dode Zee-rollen gestolen en tot op de dag van vandaag vermist. (Houd er rekening mee dat er over het onderwerp van de Essenen veel onzin is geschreven. Aanbevolen:
Larson, Martin Alfred. The Essene Heritage, or The Teacher of the Scrolls and the Gospel Christ (1967), en de recensie door expert van de Dode Zee-rollen).
Wat we weten over de praktische Esseense ideeën is dat ze overeenkomstigheden hebben met het utilitarisme in de ethiek en filosofie. De boycot is een grotendeels utilitaristisch middel. Tegenwoordig wordt utilitarisme vaak verkeerd aangeduid als het egoïstisch inzetten van mensen en dingen voor functioneel eigen gewin, maar de enige juiste betekenis is het tegenovergestelde. Utilitaristische filosofie probeert ‘het grootste geluk voor de grootste groep mensen’ te bewerkstelligen, en elke handeling, groot of klein, volgt op het inbeelden van wat er zou gebeuren als iedereen in de hele wereld op dat moment exact hetzelfde zou doen.
De misvorming van onze tijd is dat menselijke integriteit is gesaboteerd door de groeiende invloed van externe macht –overheden, multinationals, NGO’s, opgelegde cultuur– die menselijk gedrag probeert te beïnvloeden en om het handelen los te koppelen van waardesystemen. Elke organisatie die invloed of rijkdom vergaart door gedrag te manipuleren vereist een gezonde dosis scepsis, wellicht zelfs een boycot. Want de betekenis van ‘het grotere goed’ en welk gedrag daar toe leidt kan alleen gevonden worden in het menselijk hart.
Dit artikel verscheen in het Engels op Old Revolutions.



