Zonder ironie

Sietske Bergsma

19 mei 2025

In de jaren ’90 had de Canadese zangeres Alanis Morissette een grote hit met het nummer Ironic. Ze zong over “regen op je huwelijksdag, een file als je al te laat bent, een vlieg in je Chardonnay, over de man van je dromen ontmoeten en even later zijn prachtige vrouw”. Dat is allemaal geen ironie, dacht en riep ik uiteindelijk hardop in de auto als het lied weer op de radio kwam. Het is niet ironisch als de dingen anders lopen dan je zou verwachten of als twee uitersten (geluk en ongeluk) plotseling of toevallig samenkomen. Een dief die bestolen wordt is bijvoorbeeld wel weer ironie. Dit beeld zet namelijk de dief in zijn hemd zonder dat we dat hoeven benadrukken. Zo werkt het.

Dat de Verenigde Staten, waar ter voorkoming van dictatuur de mogelijkheid van machtswisselingen is ingebouwd in de Constitutie, momenteel door ‘vooraanstaande wetenschappers’een autocratie wordt genoemd is ook ironie. Net als dat covid-gevaccineerden niets of weinig moeten weten van die ‘egoïstische’ ongevaccineerden die hen op hun mogelijke gezondheidsschade en rechten wijzen. En wat een ironie dat Duitslands identiteit de afgelopen tachtig jaar volkomen is gebouwd rondom ‘nie wieder’ en ‘tear down this wall’, maar er opnieuw een muur wordt opgetrokken, tegen het Oosten dit keer. Waar het fascisme zich zou verschuilen in de gedaante van de lesbische, libertarische Alice Weidel met haar foute toon. Dit noemen we ‘situationele ironie’ en de situatie in de wereld zit er vol mee.

We kennen ook de verbale ironie, waarbij iets wordt gezegd of ­gedaan wat haaks staat op de letterlijke betekenis of wat je echt bedoelt, vaak met een humoristische of kritische intentie. Het benadrukt contrasten t­ussen schijn en werkelijkheid. ­Donald Trump zei vooraf aan zijn aantreden in januari dat hij “alleen op dag één een dictator” zou zijn. Duidelijk een grap, maar de ­media doken erop alsof hij een ­bekentenis aflegde. Een kind snapt het beter. Dat kan ik weten, want mijn destijds 6-jarige zoontje demonstreerde ironie perfect toen we op een zomerse dag buiten zaten voor de ijssalon en hij met een glimlach zei: “Wat is dit ijsje vies!”

Het punt is, wie ironie begrijpt, begrijpt een groter plaatje. En wie ironie gebruikt, ook. Het geeft context, nuance en diepte aan de werkelijkheid. Tot mijn grote ergernis zie ik echter overheidsinstellingen, media en de academische wereld zonder enige ironie vijanden aanwijzen die een exacte beschrijving zijn van henzelf: over een grote leider willen, de vrijheid inperken, neerkijken op nutteloze mensen en haat en verdeeldheid zaaien. Zonder schrijntje ironie of zelfs maar een zakspiegeltje in de hand wordt de grootst mogelijke onzin over de “geboden van radicaal rechts” in de NRC opgetekend. Dat er geen empathie is ter rechterzijde bijvoorbeeld. Dat daar geen liefde en medemenselijkheid is. De ironiemeter kan niet hoger uitslaan.

Pas recentelijk realiseerde ik me dat ironie een belangrijke deugd is. Zoals ook de filosoof Søren Kierkegaard dat vond en de bestseller-auteur Thomas Moore dat beschrijft. En de grootste overtreders van die deugd zijn moralisten. Ze hebben niet het talent verschillende en meerdere emotionele en intellectuele invalshoeken tegelijk te bekijken. Ze denken al te weten wat goed en slecht is en vertellen anderen hoe ze moeten leven. Ze staan niet ver af van mensen zonder gevoel voor humor of die alles letterlijk nemen en dus ook geen ironie begrijpen. Elke gedachte en overtuiging wordt als feit beschouwd. Er is geen ruimte voor paradoxen, want dan wankelt de zekerheid. “Ironie houdt oppervlakkige sentimentaliteit en onbuigzame moraliteit op afstand”, aldus Moore in het hoofdstuk Life’s ironies van zijn boek Dark nights of the soul.

Over oer-ironie gesproken, Jezus verkondigde in de Bijbel op de vraag hoe men het koninkrijk van God kon binnenkomen, dat je “als een kind moet worden”. Dat is het ultieme ‘grote plaatje’ zien. Dat kennis en volwassenheid geen houvast bieden en nul garanties. Dat om religieus te zijn je dus ironie moet omarmen.

Zonder ironie is er sowieso geen doorkomen aan, niet in deze tijd. En daarbij, de ultieme ironie van het leven is nog altijd dat bijna niemand het er levend vanaf brengt. Dus daarin weten we elkaar misschien uiteindelijk alsnog te vinden. Wie weet.

Meest recente berichten