Vals en makkelijk: de discussie over ‘De Nederlander’ win je niet met slachtofferschap

Sietske Bergsma

1 juni 2026

Is er in Nederland een felle discussie losgebarsten over ‘de Nederlander’, ‘de Nederlandse identiteit’ en de ‘oorspronkelijke Nederlander’? Ja. Decennialang hebben politiek en media het onderwerp angstvallig vermeden en taboe verklaart, de vlucht naar voren gekozen met jubelverhalen en peptalk over immigranten, de multiculturele samenleving en onze wereldbefaamde tolerantie. “Wij” Nederlanders waren een volk in ontwikkeling, een progressief idee op papier. Fysiek bij elkaar gehouden door iets met voetbal, dijken, kaas en fietsen.

Groot geworden door klein te blijven, trots geworden op schuld en schaamte over het verleden, bij elkaar gehouden door een minderwaardig soort zelfoverschatting. Want wie blijkbaar veel kan (weg)geven, is van waarde. Een wankele waarde, afhankelijk van de dankbaarheid van anderen. We zochten onze identiteit in een wederkerige relatie met ‘de ander’ omdat we te beroerd, laf en gemakzuchtig waren om aan onszelf te werken. Weg met de kerk, weg met ‘verstikkende’ conservatieve waarden, weg met tradities en de geweldige koopmansdrift en culturele verhevenheid. Wat betekenen al die dingen als er mensen op de wereld zijn die dit niet allemaal mogen hebben? In zelfopoffering zit (blijkbaar) een bevredigend genoegen. Maar het komt met een hoge prijs.

Het verwaarloosde, platgeslagen en geatomiseerde ‘samenzijn’ stak op den duur pijnlijk af tegen de gemeenschapszin van andere volken en groepen in onze samenleving. Die hun geloof, tradities en gebruiken voor onze neus etaleerden en vierden. We wilden vooral dat dit tenminste een beetje ónze verdienste was. Onze eigenwaarde was er van afhankelijk geworden. Wat was het fijn en mooi dat iedereen in dit land ‘zichzelf’ kon zijn. Dat wij gulle, vrijgevige Nederlanders dit toch allemaal mogelijk maakten! Voor de moslims, voor de Molukkers, voor de Surinamers, voor de Syriërs, voor elke nieuwkomer. Hoe nieuwer hoe beter!

Dat taboe over ‘De Nederlander’ had met het debat van vorige week met Lidewij de Vos in de hoofdrol opnieuw bekrachtigd moeten worden. Uit het verbale geweld sprak een diepe, pathologische afhankelijkheid van onze zelfhaat. Ik ga dat debat niet opnieuw navertellen, maar het doel was om via De Vos ons geloof in die weg-met-ons identiteit te herstellen. Omdat er iets aan het veranderen is, ten goede. Iets wat gaat over ‘en nu is het klaar’.

Omdat er gelukkig heel veel mensen in dit land zijn, en daar schaar ik me ook onder, die in dat mentaal zieke klimaat niet meer kunnen functioneren. Die letterlijk niets meer te geven hebben. Die hun boerenland al weggaven, die hun veiligheid moeten opgeven, die dag in dag uit worden uitgebuit, en verteld wordt dat ze slecht, extreem en egoïstisch zijn. Een mens kan maar zoveel verdragen.

Waarom mensen kwaad werden over het commentaar van Fidan Ekiz? Omdat het een trap na is, een totale misinterpretatie van het probleem. Haar “how can I make this about me” is wel het laatste waar je deze discussie mee wint. De emotionele kaart trekken is precies waarom we geen stap verder komen. Het is namelijk niet zo dat kiezen voor het eigene een aanval op de ander is. Dat is een fundamentele denkfout. Die leunt op wat ik net beschreef: jezelf vereenzelvigen met het lot van minderheden als identiteit.

Make it about us! Dat zou sterk zijn.

Ga nou eens inhoudelijk in op wat er leeft, schiet niet in de reflex van slachtofferschap en leg de bal nou niet wéér bij mensen die je niet vijandig gezind zijn. Of je er wel of niet bijhoort, zeg ik maar even heel brutaal, is echt aan een ieder zelf. En dat begint met: waar willen we nou eigenlijk bijhoren? Dát had ze moeten zeggen. Dat zou een doorbraak zijn.

De discussie reduceren tot huidskleur en dit soort sentimenten is een neerwaartse spiraal. Ekiz weet heel goed dat Nederland haar welgezind is, dat haar kind niet hoeft te worstelen met ‘erbij horen’ en zo ook vele anderen. Dat dit ‘erbij horen’ nou juist vraagt om erkenning van een definitie van Nederlanderschap. Hoe pijnlijk en moeizaam dit ook is. Het vraagt van iedereen wat nederigheid en zelfreflectie. Een betere wereld begint bij jezelf, en ‘de Nederlander’ – sorry, not sorry – heeft nog een hoop werk te verzetten.