Tobberige Tijden

Sietske Bergsma

26 mei 2026

Waarom ook niet, ik geef jullie eens een kijkje achter de schermen van een De Andere Krant-columnist. Hoe je nog een wakker geluid brengt in een gemeenschap die eigenlijk allang klaarwakker is. Die niet geïnteresseerd is in de vraag of je deze week al officieel “omvolking” mag zeggen of niet (dat kan ik dus lekker overslaan), maar die vooral de ruimte zoekt om eens een welverdiende, goede nachtrust te pakken.

Om in die constante staat van alertheid de boel eens even te laten bezinken. We hollen achter de feiten aan, verbazen en frustreren ons een slag in de rondte, betrappen de macht dagelijks op leugens en propaganda en krijgen ondertussen continu verdachtmakingen over ons heen. We liggen zo al jaren, waarlijk wakker, naar het plafond te staren.

Niet elke week, maar soms krijg ik een telefoontje van de redactie: “Even checken, komt er morgen nog een column?” Zo hing dit keer de uitgever van de krant weer even gezellig aan de lijn. We hadden het over die behoefte aan distantie door de huidige stortvloed aan nieuws, gebeurtenissen en ophef.

Hoe je in die kakofonie nog werkelijk kunt kiezen voor de duiding die je wilt brengen. En hoe we (bewust?) worden afgeleid door de ene crisis na de andere. “Ik kijk wel even”, zei ik toen hij naar mijn onderwerp voor deze week vroeg, “of ik nog iets kan vinden dat vers voelt”.

Ik kwam net uit een uitzending van mijn wekelijkse podcast en schreef al twee artikelen voor mijn website. Het enige wat nu nog vers en actueel voelt, is mijn eigen gemoed, mijn eigen innerlijke strijd. Tegen enerzijds de verslagenheid, de diepe afkeer van dit onserieuze, redeloze en door een massapsychose bevangen leiderschap en land. En anderzijds de strijd vóór het goede, mooie en betekenisvolle. Dat zich zo afhankelijk van onze eigen opstelling lijkt te maken.

Terwijl, het positieve valt niet altijd ‘uit jezelf te halen’, zoals ik zo vaak hoor. Het goede en mooie moet je terug willen zien in je omgeving. Een columnist heeft niks aan houding en stemming alleen, maar moet iets herkenbaars opdiepen, een werkelijkheid die ook voor anderen toegankelijk is. En daarvoor moet je je een beetje overgeven aan je eigen verscheurdheid. Het niet mooier maken, niet lelijker, maar daar waar het zit.

Literatuur helpt bij het krijgen van distantie. Om te zien waar ‘het zit’. In de podcast bespraken we het werk Verzet en Overgave van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. Hij schreef een gedicht tijdens zijn gevangenschap, kort voor zijn executie (een situatie niet te vergelijken met de mijne of de onze).

Het heet ‘Wie ben ik’. Hij vroeg zich af, ben ik die ogenschijnlijk sterke man die anderen zien of ben ik die zwakke, twijfelende, verscheurde mens die ik van binnen ben? Of ben ik soms allebei en eigenlijk een huichelaar?

Ben ik slechts dat wat ik ken van mezelf? Een gekooide vogel, onrustig, ziek van verlangen, happend naar adem, hongerend naar kleuren, naar bloemen, vogelgezang, dorstend naar woorden die goed doen, (…) waanzinnig van wachten op grotere dingen.

Je zou kunnen zeggen, hij probeerde zichzelf bij elkaar te houden toen dat bijna onmogelijk nog kon. Het is een krachtig, langer gedicht over de kloof tussen hoe anderen ons zien en hoe we ons vanbinnen voelen, waarbij zijn overgave aan God tenslotte een einde aan zijn getob maakte.

“Wie ben ik? Eenzaam getob spot met mij. Wie ik ook ben, u kent mij, o God! Van u ben ik.” Een columnist in tobberige tijden heeft eigenlijk de beste baan. Je mag tussen verzet en overgave in zweven, want meer opties zijn er even niet. Die gedachte heeft dit stukje me dan toch weer onverwacht opgeleverd. En met een beetje geluk vanavond ook weer eens een goeie nachtrust.