Het rituele schijndebat: labels, afstand en de asielcrisis

Sietske Bergsma

27 mei 2026

Het debat over “het normaliseren van geweld in politiek en samenleving” vond gisteren plaats in de Tweede Kamer. Het werd aangevraagd door Jesse Klaver en draaide om de recente onrust rond AZC’s, zoals rellen in Loosdrecht, brandstichting, intimidatie en incidenten zoals een vuurwerkbom bij een D66-kantoor.

Ik hoef denk ik niet uit te leggen dat het een gepolariseerde discussie werd, en de ‘polen’ waren niet van dezelfde planeet: links benadrukte “extreemrechts” geweld en retoriek, rechts maakte er een asieldebat van. De verantwoordelijken voor het desastreuse asielbeleid zijn aan het zondebokken, de oppositie wil het over dat beleid hebben. Wat zou helpen is als de oppositie die werkelijke grondslag onder het debat centraal zou stellen. Dat lukte deels.
Wat Lidewij de Vos wel lukte, lukte Markuszower niet. Die laatste heeft nog niet geleerd dat je labels niet inhoudelijk bestrijdt, en zeker niet door een beetje wanhopig te gaan doen. Je ziet zelfs Jesse Klaver hier kijken van, ga je nou in discussie over het label? Je snapt toch wel dat dat niet werkt? Dat het een ritueel is? Dat wij ons afzetten tegen jou, en dat dit andersom nooit kan? Met dit X-account ben ik het dus niet eens dat het “Ijzersterk” was.

Dat het ritueel is, dat snapt eigenlijk alleen Lidewij de Vos. Want ook Mona Keizer, de zelfgekroonde koningin van fatsoenlijk rechts Nederland, die voor een handvol christen boomers probeert om de keurige route te bewandelen richting een oplossing voor de asielcrisis, bewees hier de duivel een dienst. Door de verdachtmaking richting De Vos te vergroten (in plaats van samen op te trekken en de politieke strijd om woordjes te ridiculiseren).
Het gaat haar duidelijk om persoonlijk politiek gewin, niet om het winnen van links. Keizer is zo iemand waar extreem-links dolgelukkig van wordt. De flying monkey, zoals dat wel heet, die hun werk verlicht.
Want let them fight amongst themselves is veel efficiënter.

De kern van het debat en het verhaal is dat links (VVD/CDA/D66/PRO) “afstand doen” eist van FVD en PVV (ex-leden). Van extremen die de democratie ondermijnen. Van kleine clubjes, van woorden en van bepaalde mensen.

Ga eens het volgende na: zouden deze linkse partijen die eis stellen met als mogelijke uitkomst dat er daadwerkelijk afstand wordt gedaan? En dat het dan klaar zou zijn? Want als we de keren tellen dat die eis op tafel kwam dan zou je dat bijna denken! Zouden die linkse partijen profijt hebben van die afstand, voor eigen gewin?

Ja, uiteraard, anders zouden ze er niet zo op hameren. Dan zou het ook niet zo publiekelijk en hard gespeeld worden. Maar niet om daarna gezuiverd van elke blaam de politiek weer op inhoud met elkaar te voeren. Natuurlijk niet.

Wil je mijn werk steunen, dat kan via deze link of de button hieronder, dank!

Rechtse partijen afstand willen laten doen van “extreem-rechtse” elementen in politiek en gelederen is NODIG omdat linkse partijen daarmee de connectie, de relatie en associatie met ‘extremen’ juist kunnen bewijzen. Afstand doen veronderstelt de macht om een relatie ‘door te knippen’. En in die constellatie en beeldvorming ontstaat meer voedingsbodem voor stigmatisering, labeling en vervolging.

Kijk maar naar de afstand die Markusower vorige week deed van zijn “extreem geweld” uitspraken. Gelijk daarna vroegen journalisten als Floor Bremer zich af of hij dat wel méènde. Ook in de Tweede Kamer waren ze nog lang niet klaar met hem. Afstand eisen (en krijgen) is slechts een stap in een reeks van steeds agressievere methoden om  de tegenstander politiek uit te schakelen. Met hulp van ‘de diensten’, zo blijkt. Over die verdere stappen kom ik een volgende keer wel te spreken.

Maar denk eens na over die ene vraag: waarom FVD willen loskoppelen van extreem-rechts? Die wens is er helemaal niet, dus is dat het doel ook niet.