GroenLinks en D66 cultiveren de sociale druk om het leven te ‘voltooien’ (met een slechte heup)

Compassie zonder de wil om te helpen is inhumaan

(Dit is een artikel van de ThePostOnline van 29 oktober 2016)

Edith Schippers en haar aanhang doen een soort omgekeerde Moeder Teresa. Moeder Teresa vond dat je arme, doodzieke mensen kaalgeschoren op veldbedjes in grote zalen moest leggen, waar ze (bijna tot) geen medische hulp kregen. Ze werden niet meer gered als dat (volgens artsen die soms kwamen) nog wel mogelijk was, maar werden geacht door de pijn en uitzichtloosheid heen vooral ‘blij’ te zijn met het vooruitzicht om ‘naar de hemel te gaan’. Deze woorden hingen ingelijst aan de muren van haar Home of the Dying in Calcutta, India. Voor het geval de stervenden het vergaten. Ze deed, behalve het minimale, actief niets tegen het lijden van de kinderen en volwassen die ze opving in dat huis, van waaruit ze haar ‘liefdadigheid’ verspreidde over de wereld. Toen er in de stad Bhopal op een dag tweeduizend mensen overleden door een verwijtbaar bedrijfsongeval met giftige stoffen, en de pers zich om haar heen verdrong, zei ze alleen: “vergeef ze”. Verder was het algemeen bekend dat zich als een gewillige trofee liet meenemen door corrupte wereldleiders naar (hun) arme landen om compassie te tonen, maar geen verandering te brengen. Gedekt door de ‘wil van God’ hoefde dat ook niet.

Moeder Teresa romantiseerde en cultiveerde het lijden als iets waardigs, maar haar heilige opdracht om dat lijden te verzachten met bidden, koude washandjes en soms een aspirine, was niet humaan, maar inhumaan. Uit effectbejag vernederde ze in feite de zwakken en zieken, en ze liet ze creperen, omdat het voornaamste doel: bewondering voor haar werk en het faciliteren van de schijnheiligheid van anderen, alle middelen heiligde.

Inhumaan beleid

Edith Schippers en alle politiek voltooide meelopers die voor invoering van ‘voltooid leven’ zijn -als ticket om naar de ‘humanistische hemel’ te mogen gaan- cultiveren (gelukkig) niet het lijden, maar het omgekeerde of misschien iets anders: het niet-zijn. Hoewel het hier om de schijnbaar nobele -politieke- wens gaat het menselijk lijden zo veel mogelijk uit te bannen, neemt dat niet weg dat het resultaat hetzelfde zal zijn als bij onze Albanese non: een inhumaan beleid.

Onze overheid wil ‘neutraal spelen’ op een terrein dat gewoon oude wijn in nieuwe zakken is: een atheïstisch-religieuze variant om over zwakke mensen te heersen, tegen beter weten in. Zoals moeder Teresa deed. Niets meer of minder. Ook atheïsten worden steeds religieuzer wat dat betreft. In de zin dat ze goddelijke aannames doen, zoals die twee angstaanjagende woorden ‘voltooid leven’ samen al zijn. En in de zin dat ze, net als Moeder Theresa, compassie willen tonen zonder werkelijk iets te hoeven doen.

De natte droom van het Kwaad

Zodra de overheid als een soort liefdadigheidsinstelling onze zelfstandigheid een handje wil gaan helpen kun je er gewoon op wachten dat er Theresa-gedrag van komt. Ik zie die ‘stervensbegeleiders’ al voor me. Met hun brilletjes, hun ‘wat gaat er nu door u heen?’, hun keurige schrijfblokjes en wollen truien. Zogenaamd zachtaardige mensen die zich achter een masker van menselijkheid en quasi-deskundigheid gewetenloos kunnen uitleven. Alles rondom ‘voltooid leven’ is de ultieme natte droom van het kwaad zelf, het weet namelijk altijd waar het terecht kan.

Over de inhoud van het voorstel hoeven we het niet eens te hebben. Wat je ook afspreekt, het is een hellend vlak. Volgens Schippers komt liefdesverdriet bijvoorbeeld niet in aanmerking als reden voor voltooid leven, maar daarvan denk ik (na ‘ga weg!’): veel minder is straks genoeg om langs die zorgvuldige criteria heen tot een ‘voltooid leven’ te komen. De maatschappij raakt met zo’n holle term namelijk al gauw verzadigd met argumenten om het niet te doen, dat voltooide sterven.

Sociale druk om ‘voltooid’ te zijn

Net zoals met de doodzieken in de Home of the Dying in Calcutta, gaan mensen met een door maatschappij, deskundigen of familie aangewakkerde doodswens straks op een veldbed liggen wachten op wat onvermijdelijk komen gaat: de eigen conclusie dat het dan maar voltooid moet zijn. Sociale druk gaat lijken op autonomie. De opmerkingen, de gesprekken, de mooie herinneringen ophalen boven een fotoalbum; de suggesties zullen welig gaan tieren. En nu zijn het alleen nog maar de grappen tijdens verjaardagen (“Pap, die mop heb je nou al zo vaak verteld, het is maar eens voltooid, niet?”) maar zaadjes zijn zo makkelijk geplant en wat daaruit groeit is vaak onbeheersbaar.

Het allerergste van dit voorstel is de kinderlijke naïviteit die aan dit kwaad vooraf gaat, namelijk het idee dat het belang van het individu voorop staat. Natuurlijk niet! De waarde van al dat individuele zal, meer nog dan nu al op allerlei terreinen gebeurt, ter interpretatie aan de buitenwereld worden gelaten. Zoals dat ook met andere ‘individuele’ zaken gaat: schoonheid, succes, talent, etcetera. Voltooid wordt zomaar het nieuwe ‘ongezellig’. Het nieuwe ‘afgerond’ ‘uitgeblust’, ‘opgebrand’.  Het nieuwe ‘vergeten’.