Dode zielen: 20 jaar na Huntington’s beroemde essay

Laura Slot

21 februari 2024

Al in 2004 verscheen er een veelzeggend essay over de groeiende kloof tussen de Amerikaanse elite en de rest van de bevolking. Twintig jaar later vormt het een getuigenverslag over hoe globalisering gepaard ging met verraad.

Harvard professor en politicoloog Samuel P. Huntington (1927-2008) omschreef diverse situaties met vooruitziende blik. Zijn essay Dead Souls: The Denationalization of the American Elite omschreef hoe de Amerikaanse elite, zo’n 4% van de bevolking, zich ging afscheiden van de rest van de burgerij. De beginselen van deze ontwikkeling plaatste hij vóór 1980.

Huntington’s elites zijn ‘dode zielen’, hij illustreerde dit met Walter Scott’s poëzie uit 1804: zij die vergeten zijn waar ze vandaan komen. Zij die, gedreven door opportunisme, hun menselijkheid verliezen; zij die komen en gaan zonder binding of thuisgevoel. Hun existentiële leegte wordt gevuld met rancune en dedain jegens diegenen die zich nog wél Amerikaan voelen, alsmede diegenen die veel minder waarde hechten aan ‘titulatuur, macht en duiten’, zoals Huntington hier Scott’s woorden toepaste. Dode of stervende zielen versus de levenden is hier de enige ware vorm van partijdigheid.

Dead Souls was geen profetische waarschuwing noch een oorzakelijke analyse. Het was een academische, gedetailleerde observatie van een geopolitiek patroon. Meer historische en socioculterele beschrijvingen waren al eerder opgetekend, bijvoorbeeld door Christopher Lasch in The Revolt of the Elites and the Betrayal of Democracy (1996), en nog eerder in Allan Bloom’s The Closing of the American Mind (1987) en Neil Postman’s Amusing Ourselves to Death: Public Discourse in the Age of Show Business (1984). Huntington heeft dit soort invalshoeken nooit geintegreerd en hield zich strikt aan politieke analyse.

Eén anecdote in het essay omschrijft wat tegenwoordig velen zijn gaan inzien:

‘De vruchten van een steeds meer verbonden wereldeconomie worden geplukt door een nieuwe wereldelite. Genaamd ‘Davos Men’, ‘gold-collar workers’ of ‘kosmocraten’, deze opkomende klasse wordt in haar kracht gezet door nieuwe ideeën over wereldwijde samenwerking. Het omvat academici, internationale bureaucraten, managers van multinationals en technologie-ondernemers.’

Huntington schatte de grootte van de wereldelite op 20 miljoen in 2000, waarvan 40% Amerikanen, en hij verwachtte een verdubbeling in 2010.

De groei van kosmopolitisme, het wereldburgerschap, had als fundament het transnationalisme, ofwel wereldordelijkheid. Huntington maakte onderscheid tussen economisch, universeel en moreel transnationalisme. De economische tak gaat over multinationals die overheden overtreffen en aan de leiband leggen. De universele tak gaat over het idee dat dankzij amerikanisering de gehele wereld cultureel tot de VS toebehoort. De morele tak gelooft dat internationale mores alle nationale idealen overstijgt en dat nationale belangen en patriotisme kwaadaardig zijn. Deze laatste stroming heeft een groei doorgemaakt, en Huntington zag dat deze stroming vooral bij academici, intellectuelen en journalisten populariteit genoot.

Het vooruitziende essay laat zien hoe oude gedachtenpatronen losgelaten kunnen worden om ruimte te maken voor nieuwe denkwijzen, om vrijer te observeren zoals Huntington dat deed. Realpolitik, het perspectief van machtsverhoudingen en belangen, is de afgelopen twintig jaar door commentatoren vaak genegeerd. Dit is aan het veranderen omdat idealisme stelselmatig faalt in het accuraat beschrijven van het wereldtoneel. Een ander denkpatroon, dat van Amerikaans internationalisme of expansionisme versus isolationisme, is ook niet meer relevant.

Wie in staat is om tussen de regels te lezen merkt dat Dead Souls een beroep doet op een breder perspectief. Amerikanen, zo schreef Huntington, zijn zeer trotse burgers, er is geen trotser volk op aarde. Geen ander volk heeft zo’n intense band met nationaliteit en thuisland. Deze context maakt het verraad van de elite des te pijnlijker. Dit wordt benadrukt als hij Abraham Lincoln citeert toen hij in 1861 sprak over de ‘mystieke koorden van de herinnering’: de onzichtbare binding tussen burgers die veel dieper ligt dan woorden kunnen omschrijven. Huntington had gelijk toen hij schreef dat de elite dit vergeten is, maar de burgers niet.

Dit essay verscheen in het Engels bij Arktos Journal

Meest recente berichten