De strijd op rechts barst los, maar waar zit het echte probleem?

Sietske Bergsma

25 januari 2026

Ik luisterde een dag voor oud en nieuw naar een podcast van Nieuw-Rechts, een succesvol online kanaal “voor fatsoenlijk rechts & conservatief denkend Nederland”. De titel: ‘2025 als gemiste kans: waarom rechts Nederland geen doorbraak forceerde’.

In de uitzending komen de welbespraakte ‘new to the scene’-filosofe Andrea Speyerbach, redacteur Daniël de Liever en hoofdredacteur Bart Reijmerink snel tot de kern van hun zorgen over de positie en richting van rechts. In het kort: rechts is geïmplodeerd, rechts moet zich niet vergrijpen aan linkse methoden zoals identiteitspolitiek en met name jongeren worden tot dat laatste verleid via de rechtse meme-cultuur.

Speyerbach spreekt met betrekking tot dat laatste over een “Derde Rijk revitalisering”, een “spiegelbeweging” die een reactie is op “de linkse, communistische beelden die onbevraagd blijven”. De internetcultuur is niet langer een margecultuur, zegt Reijmerink vervolgens, waarmee hij, terecht, de gebeurtenissen online als invloedrijk en bepalend beschouwt. Maar in de fel verlichte studio van Nieuw Rechts zijn het niet de ‘donkere’ onderstromen die de richting van rechts aangeven, die iets zouden kunnen “forceren”, maar is het vooral zaak alles weer terug te brengen tot de juiste proporties, en binnen begrijpelijke kaders.

Namelijk politiek als systeem van probleem en oplossing, als manier van communiceren in een voor iedereen begrijpelijke taal, om te concurreren met de ‘institutionele’ politiek: het overwegend linkse machtsblok dat – aangestuurd door Brussel – de dienst uitmaakt in Nederland. (In het slot van dit artikel ga ik uitgebreider in op wat ‘rechts’ anno 2026 is, maar ik vooronderstel voldoende kennis voor nu).

 

De onwenselijke route

Politics is downstream from culture (de invloedrijke theorie van de Amerikaanse conservatieve journalist Andrew Breitbart waarin cultuur de machtsbasis is voor politiek beleid) is in fatsoenlijk rechtse kringen een onwenselijke route. Daar is geen geduld voor, geen vertrouwen in, en daar “speel je FVD maar mee in de kaart”. De meest extreme voorbeelden van die internetcultuur gelden als bewijs, en iedereen die daar geen afstand van doet is ook van het pad af. Ook het (desnoods in spiegelbeeld) rebelleren tegen de dominante, heersende cultuur, een belangrijke fase in het creëren van iets nieuws en toonbaars, wordt geproblematiseerd met als reden dat ‘je zo geen kiezers trekt’. Dit wordt niks zo.

De fabrieksinstellingen van het behaagzieke nieuwe-, fatsoenlijke of in het kort: ‘televisie rechts’ (waar ik Nieuw-Rechts toe reken) zijn dat we niet fout, extreem, controversieel of contrair mogen zijn. Geen Wilders, geen Baudet, geen Alice Weidel en geen Trump. Sommigen gaan zelfs zo ver door te zeggen dat ze “eigenlijk links” zijn. Maar dan hoe het vroeger was! (Zo wanhopig op zoek naar de goedkeuring van hun linkse meesters).

Dat die fabrieksinstellingen zijn geprogrammeerd door dat linkse machtsblok via decennialange uitsluiting, hoon en verdachtmakingen, is een blinde vlek. Mainstream televisie-rechts klaagt weliswaar wel voortdurend over de ‘cancelcultuur’ vanuit links en dat ze om niks gelabeld wordt “als extreem”, maar weigert zichzelf te updaten naar een zero fucks mentaliteit, waarin bepaalde taboes simpelweg niet meer gelden. Taboes waar links de rest van Nederland met succes mee gijzelt. Taboes die blijkbaar ook nog iets te goed dienen om zogenaamd ‘geradicaliseerde’ gelijkgestemden mee van het spelbord te duwen. Tot groot vermaak van het machtsblok.

Neem een begrip als ‘omvolking’. Rechts laat zich gewillig volkomen uitspelen door links gehuil over de “racistische” betekenis van die term, met als resultaat dat (vrijwillige) remigratie van kansloze en criminele asielzoekers en immigranten met heimwee geen serieuze plek in het debat krijgt.

Burgers van Nederland zijn al veel verder dan dat. En terwijl rechts inmiddels de stem van de meerderheid vertolkt en de handschoentjes dus uit kunnen, gaat voor de camera veel energie verloren aan het ‘fatsoenlijk’ ontsnappen uit de underdog positie. Dat gaat gepaard met een heilig geloof in ‘de feiten’ als voldoende overtuigend (is het niet), ‘goed overleg’, ‘de afspraken die gelden’, compromissen, heersende premisses (de ‘stikstofcrisis’ als meest absurde voorbeeld). En te weinig met een goed besef van hoe je het totaal ontspoorde en destructieve links-progressieve beleid de pas afsnijdt. Niet door het goede voorbeeld te geven, maar door die kar de modder in te laten rijden. Op onze weg wordt niet meer meegelift.

De overtuiging dat het roer radicaal om moet (grenzen dicht, klimaatonzin van tafel, nexit, eigen belang eerst) verinnerlijkt zo onvoldoende, en veruiterlijkt in afgezwakte vorm. Je krijgt uitspraken, zoals van opiniemaker Hans van Tellingen, die bij ON! mocht uitleggen waarom er potentie is voor een grote nieuwe rechtse partij: omdat “mensen gewoon weer hun leven willen leiden zoals ze dat willen”. En rechts heeft niets aan een leider, zegt hij, maar aan een “grote gemene deler”. Kortom een soort onzichtbare hand die het gezond verstand als vanzelf zal herstellen. Op welk eiland leeft die man?

 

De fictie van stabiliteit als doel

Nog afgezien van het feit dat je met acceptabel worden voor de macht nog geen eigen politiek ’thuis’ creëert, is het voor partijen als D66, CDA, PvdA-Groenlinks en VVD een geschenk als ze hun globalistische koers in een sfeer en onder de noemer van keurige ‘democratie’ kunnen voortzetten.

Terug naar die podcast uitzending, waarin ik meer verwachtte van jonge opiniemakers. Want wat slaan ze een hoop stappen over. Met die opmerking over ‘Derde Rijk revitalisering’ heeft Speyerbach het over de Amerikaanse ‘groyper’ Nick Fuentes (een 27-jarige, blank-nationalistische troll die door de geluidsbarrière van de laatste taboes wil), maar zonder het écht over hem te hebben. Ze hebben het over een met de punk-beweging van de jaren ’80 te vergelijken anarchie en ongenoegen zonder het er daar werkelijk over te hebben. Ze hebben het over de problemen die jongeren ervaren — rond huisvesting, studie, werk — zonder het over de echte pijn erachter te hebben. Namelijk de pijn van onzichtbaar, onmachtig en kind van de rekening zijn. 

Het drietal lijkt vooral te somberen over ‘rechtse politiek’ als iets wat niet werkt en weer verkoopbaar moet worden. Kortom waarin het uiterlijk nog verder geperfectioneerd moet worden. Het drietal ziet geen goeie richting op rechts, geen “betekenis” en geen basis voor het bouwen aan een stabiele beweging. Ze komen er niet uit, maar vooral omdat ze op voorhand een moreel oordeel vellen over het foute gedrag van hun generatiegenoten.

De naam Wierd Duk valt bij Speyerbach ook een paar keer, de man die deze selffulfilling onmacht op rechts misschien wel het beste vertolkt, en daarmee voelt alles als een verhandeling onder curatele, een mainstream wensdenken dat bezorgde burgers moet aanspreken die er dolgraag weer bij willen horen. Waarbij? Dat is de vraag. Ik vermoed een nieuw te creëren rechtse partij, beweging of ‘denkrichting’. Met een potentieel van vijftig zetels, las ik ergens. Waarin, zoals gezegd, het systeem gehandhaafd blijft. En er wél naar ‘ons’ geluisterd wordt. Waarin we braaf Israel steunen en alle andere voorgeschreven allies, die niets, maar dan ook niets betekenen voor (jonge) mensen in eigen land die zelf een keer gezien willen worden.

De invloed van Duk op Speyerbach is niet te missen. “Het is destructief (wat die rechtse jongeren doen, red.), ik zie helemaal niets wat enigszins lijkt op een positief verhaal”. En “de joden de schuld geven” ziet zij als een aloude reflex waar dit keer (geheel tegen haar verwachtingen in) ook de rechts-conservatieve jongeren voor zijn gevallen. “Ik denk wel dat het overwaait, want straks is het saai en oud”, zegt ze dan nog.

 

Noodzakelijk verzet tegen het oude

Waarom zou het een positief verhaal moeten zijn? En is dat ‘joden de schuld geven’ geen grotesk verwijt, vooral om de conversatie te kunnen stoppen? Die jongeren zijn vooral bezig zich te verzetten tegen wat écht saai en oud is: het systeem, de mensen en de ideeën daarin. Als vooral blanke jonge mannen dag in dag uit het systeem tegen zich hebben (en hier zijn tal van voorbeelden van te geven), dan ga je drukken waar het systeem het meeste pijn lijdt, zodat je nog wél aandacht krijgt. Dan maar negatief! In het kort: drukken op het narratief van de Tweede Wereldoorlog als het ultieme kwaad en het westen als verlosser onder het links-liberalisme. 

Maar daar hoor ik ze niet over. Over het stadium waarin de woede zich bevindt. Een woede die je niet met doe-eens-normaal gaat oplossen, maar die moet kunnen razen en oprekken naar een culturele arena waar de goede ideeën van de slechte kunnen worden gescheiden. Waar met die gemoedelijke kruiswoordpuzzel-sfeer van de Hansjes, Mona Keijzertjes en Dukjes wordt afgerekend. Waar ons standpunt over Israel, Gaza, Oekraïne of Groenland niet bepalend is of we aan de goede kant staan. Omdat ons dat niet definieert.

Tegen het einde van het gesprek wordt de hoop uitgesproken dat partijen als de BBB in het gat duiken dat de PVV achterlaat, dat er een realistisch, vitaal rechts ontstaat op grond van werkelijke issues en oplossingen die nodig zijn. Met de implosie van de PVV deze week is dat streven helemaal niet ondenkbaar. Er wordt zelfs al gesproken van een nieuwe partij (mét leden): een Vrijheidsalliantie. Zelfs Rob Jetten (D66) heeft zich al positief geuit over “de constructieve samenwerking” die daaruit zou kunnen voortvloeien. Dat alleen al moet ons zorgen baren, want rechts heeft helemaal geen alliantie met zelfdestructieve, globalistische machtspartijen nodig maar polariteit ten opzichte van zulke tegenstanders. Tegenstanders die cultuur wél schaamteloos en gesubsidieerd als wapen inzetten, die identiteit wél instrumentaliseren, die wél het uiterlijk op orde hebben, omdat zij van valse beeltenissen afhankelijk zijn.

De PVV-afsplitsers die nu onder de ‘Groep Markuszower’ een “constructievere opstelling willen om echte resultaten te boeken voor kiezers” is een heilloze weg. Ik denk dat het voorgaande daar al de nodige argumenten voor geeft. En de echte ‘groypers’ zijn natuurlijk de rancuneuze zijlijn politici op rechts, zoals bij Joost Eerdmans bijna van zijn gezicht af te lezen is, die het spelletje inmiddels zo goed begrijpen dat ze er net zo goed aan deel kunnen gaan nemen. De vermoeidheid bij Caroline van der Plas, die zich nog altijd druk maakt over ‘verbroken beloftes’ van een vijandig kartel, verraadt hetzelfde. Ze had Frans Timmermans nog wel “zo’n aardige man” genoemd! 

 

Rechtse slachtofferrol

Ondertussen stijgt FVD in de peilingen door naar 15 zetels, en is Lidewij de Vos populair onder een brede groep rechtse kiezers. Maar daar moeten de kwaliteitskranten natuurlijk een stokje voor steken, en ook fatsoenlijk rechts springt op die bandwagon. Waarom? Omdat FVD niet door de APK mag, omdat televisie rechts anders vooral de grip op hun zorgvuldig gecultiveerde, narcistische slachtofferrol verliest, omdat dat hun olifantenpaadjes naar de (schijn)macht in gevaar brengt en de baantjes op de tocht zet. Ze geloven er simpelweg niet in. Niet écht.

Maar hoe moet het dan wel?

Ik zie het denken in termen van een fatsoenlijke herstart als een enorme gemiste kans om de ongemakkelijke, onconventionele en chaotische toestand ‘op rechts’ niet te omarmen. En met omarmen bedoel ik niet de meest omstreden ideeën die nu rondzingen omarmen als dé feiten of als dé richting, maar je kunt op z’n minst het spannende speelveld betreden. Als filosoof, als journalist, als programmamaker, als persoon ‘voor de camera’. Er ligt wel degelijk een enorme betekenis verscholen in het verzet tegen het ‘oude wereld’ denken. Dit onderkennen en het bovengronds trekken kan ons culturele landschap (wat er van over is) enorm verrijken. Omdat ‘zijlijn’ rechts de status quo omarmt, en niet de bestaande leugens, frames en paradigma’s wil doorbreken.

Beweren dat rechtse kiezers verdwaald zijn en dat (uiterst) rechtse politiek verzandt in “symboliek”, als iets smerigs, is zo ver van de waarheid dat ik me afvraag of rechts ooit meer wil zijn dan een herberg voor mensen in quasi gewetensnood. Zodat ze kunnen zeggen dat ze ’tegen links’ waren. Of zoals een FVD politicus schreef op X: “Hét probleem aan onze zijde: de drang van rechtse mensen zich af te zetten tegen rechtsere mensen. Om zo omarmd te worden door links. Vergeet het. Ze verafschuwen je en omarmen je niet.”

De keuze voor de rechtse kiezer is sinds dit jaar nog moeilijker geworden, maar niet onmogelijk, en het stemhokje zal sowieso steeds minder belangrijk worden in de grote omwenteling die we gaan meemaken op het geopolitieke wereldtoneel. In veel opzichten wordt de keuze al voor ons gemaakt. Maar juist dan is er alle reden om niet bang te zijn. 

 

Rechts als vlucht uit voorgeschreven werkelijkheid

Ik veronderstelde in dit stuk misschien wat makkelijk dat iedereen weet wat rechts betekent. Daarom, tot slot, nog even mijn definitie voor wie in verwarring daarover is achtergebleven. Dat zou ik jammer vinden.

Er bestaan veel misverstanden over wat rechts in Nederland eigenlijk is. Het politieke spectrum dat van rechts-conservatief naar rechts-liberaal loopt is in het totaalplaatje en vooral in verhouding tot links — van communistisch tot links-liberaal, geen werkelijke factor van betekenis meer. Normaal gesproken zou er dan immers overlap zijn, een synergie tussen twee wereldbeelden die min of meer toewerken naar de best mogelijke uitkomst voor de meeste mensen. Maar wat we zien is polariteit, een winner takes all mentaliteit, waarbij macht geen middel maar doel is, waarbij de psychologie van de massa daarvoor wordt ingezet.

Van betekenis is waar die evidente clash met het eveneens ondefinieerbare links over gaat. Ik word hier ook vaak op gewezen door mensen die dit haarfijn aanvoelen: rechts en links bestaan niet meer. Maar rechts bestaat nog wel degelijk als kracht binnen een politiek energieveld. 

Je zou je kunnen zeggen dat rechtse politici en kiezers bestaan uit iedereen die een vluchtpoging doet uit de voorgeschreven werkelijkheid. Iedereen die radicaal of liefdevol wil breken met een oud systeem (de ‘oude wereld’ zo je wilt) dat niet meer de zorg, de aandacht en de ruimte geeft aan wat de individuele, in tradities en gemeenschappen gewortelde mens en geest nodig heeft. Een geest die zich nu niet thuisvoelt in die werkelijkheid van de globalistische elite. Daar is bijgekomen dat een bewustzijn is ontwikkeld over de vijandigheid die dit ‘ontsnappen’ teweegbrengt bij de comfortabele kudde. Er is een weigering vanuit het onbewuste collectief om deze geesten meer dan als dissidenten te zien. Rechts laat zich daarom ook veel meer definiëren door de toorn die ze opwekt, dan waar een rechtse kiezer per partij of partijprogramma wel of niet voor staat. Een christelijke conservatief is even ongewenst als een rechtse liberaal voor de bedreigde macht. Kijk dus waar de woede zit, waar het persoonlijk wordt, waar het luisteren stopt, waar de aanval wordt geopend. Waar de censuur wordt gepleegd, waar de geldkranen dichtgaan, waar de subsidies naartoe gaan, wie er gaan over ‘de toon’, wie er aan tafel mogen en wie niet.  Daar zit de grens tussen ‘rechts’ en ‘links’, tussen de macht uitdagen en de macht volgen. 

En uitdagen is wat mij betreft de enige juiste weg, want de puinhoop in dit land is er om op te lossen ja, maar niet zonder het probleem in het volle licht te zetten. Onze fatsoenlijkheid is van latere zorg. En we zullen nog zien wie er als meest fatsoenlijk uiteindelijk triomfeert.

 

 

Meest recente berichten