Burgerrechtenactiviste Bärbel Bohley in 1991: ‘De leugens zullen terugkomen – de desinformatie, de mist waarin alles zijn contour verliest’

 ‘Ik kon natrekken hoe regulering van taal, thema’s en meningen effect heeft op de psyche. Hoe mensen ziek worden. Ik noemde het prikkeldraad in de hersenen’

Ze werd beschouwd als een icoon van de burgerrechtenbeweging tijdens de koude oorlog. Maar kunstenares Bärbel (1945-2010) kreeg na de val van de muur geen politieke positie in Duitsland. Wel de andere meisjes die zich hadden aangepast en geduldig naar dat moment hadden toegewerkt. Bärbel’s naam stond voor een lange geschiedenis van ongehoorzaamheid en rebellie. Als “Kohl’s meisje” zou Bärbel Bohley niet geschikt zijn geweest. Dit schrijft schrijver Chaim Noll op de website achgut.com. Ik had nog niet eerder van Bohley gehoord.

“In het voorjaar van 1991 zag ik Bärbel Bohley voor de laatste keer. We gingen na een televisieprogramma waarin ze me heftig had aangevallen, eten in een Italiaans restaurant in de buurt van de Masurenallee. Katja Havemann was daar, de weduwe van de beroemde dissident, en de West-Berlijnse schrijver, Peter Schneider. De discussie na de maaltijd, met een fles wijn, was briljant. Bärbel confronteerde ons met onze naïeve ideeën over een betere politieke orde na de ‘Wende’.

Ze was tegen de onmiddellijke ontbinding van de DDR, wilde een overgangsperiode waarin beide Duitse staten op goede voet, maar nog wel gescheiden, naast elkaar zouden bestaan. “Typische westerse arrogantie” vond ze het dat we de onbestuurbaarheid van het Oosten niet doorzagen.” (…)

“Ik werkte op dat moment in het kader van een onderzoek aan de Vrije Universiteit, met de bestanden van de ‘Vereniging van Oost-Duitse schrijvers’ en ik was geschokt door de grenzeloze monitoring en spionage, de in de kiem verstikte vrijheid van meningsuiting, ‘de verinnerlijkte censuur’ waaraan schrijvers zich hadden onderworpen en die – vergelijkbaar met de huidige politieke correctheid van vandaag – de wegen van het denken op een ongezonde manier afboog en belemmerde. Ik kon natrekken hoe regulering van taal, thema’s en meningen effect heeft op de psyche. Hoe mensen ziek worden. Ik noemde het “prikkeldraad in de hersenen”.

“De constante leugens zullen terugkomen”

“Al deze studies,” zei ze erover die avond, “het diepgaande onderzoek naar de Stasi structuren, de methoden waarmee zij hebben gewerkt en nog steeds werken, zullen allen in de verkeerde handen vallen. Deze structuren zullen kritisch worden bekeken – en vervolgens worden gekopieerd.”

“Toen we verbluft zwegen, vervolgde ze: “Ze zullen een beetje aangepast worden om in een vrije westerse samenleving te passen. Ze zullen de onruststokers ook niet per se arresteren. Er zijn betere manieren om iemand te schaden. Maar de stilzwijgende verboden, het volgen, de achterdocht, de angst, het isoleren en brandmerken en het monddood maken, dat alles zal terugkomen, geloof me. Men zal faciliteiten creëren die veel effectiever werken, veel gerafineerder dan de Stasi. De constante leugens zullen terugkomen, de desinformatie, de mist waarin alles zijn contouren verliest.” (…)

“Ik denk vaak aan deze zinnen en aan haar. Als ik erover lees, hoe door de Duitse overheid gefinancierde instellingen zoals de Amadeu Antonio Stichting, die in hun ‘strijd tegen rechts’ en hun ‘preventie van racisme’ al suggereert om kleuters te observeren, dan denk ik aan Bärbel Bohley. Aan haar profetische woorden dertig jaar geleden.”