Amnesty’s ‘mensenrechten’ zijn een politiek instrument en geen standaard

Als dertienjarige schreef ik voor Amnesty International ansichtkaarten naar levenslang onschuldig – of zwaar gestraften, die vastzaten in Zuid-Amerika of Azië, soms in landen waar ik nog nooit van had gehoord. Ik deed dat niet uit eigen beweging, er kwam een mevrouw naar onze school in Den Haag die ons daarmee hielp. Ik kan me nog herinneren dat het neutrale kaarten moesten zijn, met bloemen of landschappen erop, hooguit een molentje in de verte, of een vogel tussen het gras, omdat de landen waar de kaarten heen moesten ‘niet hielden van uitingsvrijheid en je dus voorzichtig moest zijn’. Ik hield mezelf voor dat Nederland toch vooral een plek wás met veel bloemen en prachtige landschappen en schreef dat ik hoopte dat het goed met ze ging, dat ze snel weer vrij zouden komen.

In 2019 zijn mensenrechten (bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting, recht op een eerlijk proces, zelfontplooiing en bewegingsvrijheid) niet meer zo makkelijk uit te leggen op één ansichtkaartje. Bescherming tegen schendingen van fundamentele vrijheden – uiteraard van een andere omvang dan levenslang voor twintig gram hasj –  moet je in het Westen de laatste jaren vooral verdienen, via een officieel slachtofferkeurmerk dat door speciale hoeders van de moraal wordt verstrekt. Die hoeders werken graag voor riante salarissen bij non-gouvernementele organisaties (NGO’s), zoals Amnesty en Human Rights Watch waar ze zich -net als de overheden die ze zouden moeten controleren- vooral druk maken over xenofobie, islamofobie, en ‘het beeld dat wij hebben van vluchtelingen’. Zo ontstaan er anno 2019 dit soort tweets die een fictieve werkelijkheid vermengen met een harde, tegenstrijdige werkelijkheid. En zo, zoals Hannah Arendt beschreef, “de fictieve wereld van de beweging uitbouwen tot een tastbare, alledaagse werkende werkelijkheid”.

Saoedi-Arabië als voorzitter van de mensenrechtenraad

Die focus, ‘toevalligerwijs’ in combinatie met de rol van hoeder Saoedi-Arabië, die nu voorzitter is in de VN-mensenrechtenraad, is zo absurd dat je niet anders kunt dan concluderen dat mensenrechten als dekmantel gekaapt zijn door landen die ze gretig schenden maar hier bescherming schreeuwen voor behoud van hun ‘individuele identiteit’. Respect voor mensenrechten is niet eens meer een eis om er van te mogen profiteren. Saoedi-Arabië zegt binnen de muren van de VN doodleuk dat de Sharia boven alles gaat en dat het stenigen van kinderen hun zaak is. Het Westerse ongemak daarover – maar meer ook niet – vind je bijvoorbeeld terug in het gebruik van ironie in campagnes. Ironie verraadt in feite ambiguïteit ten aanzien van werkelijke schendingen: steniging, marteling, onthoofding, vanwege geaardheid, een opmerking of een tripje naar de markt zonder mannelijke begeleiding. Dat is mensonwaardig, barbaars onrecht waarnaast elk gevalletje islamofobie eerder een pluizige kitten in een mandje is.

De macht van de hoeders, op grond van deze dubbele moraal, is niet te rijmen met het hele idee van mensenrechten, die een onbemiddelbare standaard zouden moeten zijn. Hoewel NGO’s zeggen ‘ongeacht politieke kleur’ te strijden voor menswaardigheid en de naleving van mensenrechten is de persoonlijke voorkeur voor bepaalde kwetsbare groepen, een stuk groter dan voor andere. Soms is die voorkeur evident, zoals bij de Britse Islamic Human Rights Organisation (IHRO); een giller, want er is no such thing als islamitische mensenrechten. Islamitische staten erkennen geen mensenrechten, en geloofsgemeenschappen daarbuiten ook niet, laat staan dat ze er zich iets van aantrekken of onafhankelijk kunnen optreden ter bestrijding van misstanden. Deze organisatie wil ook helemaal geen bescherming voor ‘de mens’, maar bescherming tegen kritiek op hun ideeën. Ideeën die in islamitische landen inderdaad onaantastbaar zijn, nou juist omdat het daar aan vrijheid van andere ideeën ontbreekt.

Agressie vermomd als activisme

De IHRO is gewoon een one issue organisatie die achter gevallen van ‘islamofobie’ aangaat zodat de ‘irrationele angst voor islam’ een politieke inbedding krijgt (wat al gelukt is) en tot strafvervolging leidt van islamcritici, wat vanwege hun vroegtijdige succes niet eens meer nodig is. Onder druk van de publieke opinie worden islamcritici feitelijk al de mond gesnoerd, of je nou wetenschapper bent of niet. Deze agressie die door moet gaan voor activisme is óók een schending van mensenrechten, want de behandeling en sociale berechting van andersdenkenden is aantoonbaar disproportioneel, willekeurig, unfair, onderdrukkend, en in strijd met artikel 10, 12, 18 en 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De Verenigde Naties, Amnesty en Human Rights Watch zijn medeplichtig aan deze schending of ten minste ziende blind voor de gevolgen van de bestrijding van ‘islamofobie’, die vooral bestrijding van de vrijheid van meningsuiting is. Er zijn overigens ook goede organisaties, zoals de Human Rights Foundation die wel de nadruk op vrijheid voor een ieder leggen en de standaard hoog houden. Je kan dus beter aan hen doneren.

Goededoelenclubs moreel failliet

Mijn onvrede over dit alles zit hem vooral in de schijn van goedheid die zoveel kapot maakt. Er is namelijk niets mis met one issue organisaties die kritiek op islam gelijk willen stellen aan een psychisch mankement vergelijkbaar met vliegangst of hoogtevrees, want dan is dat maar duidelijk, maar als ze dat mankement willen criminaliseren voor een ‘rechtvaardige wereld’, dan heet dat bedrog.

Veel goede-bedoelingen-organisaties zijn moreel failliet en hebben niks meer met alle mensen, alleen met groepen die hun slachtofferrol tot in de haarvaten van onze instituties uitbuiten. Hoe homogener en ‘saamhoriger’ die groep, zoals Amnesty graag zou zien volgens deze advertentie, hoe beter, want dat legitimeert het morele gelijk van waaruit ze handelen. Iets anders kan het niet zijn want saamhorigheid heeft namelijk helemaal niets met mensenrechten te maken.

Een postzak vol met kaarten zou ik willen sturen aan alle islamofoben, die sociaal vastzitten voor ‘fascisme’ en ‘verdeeldheid zaaien’. En dan niet die ansichtkaarten van die mevrouw op school, maar met foto’s erop van Iggy Pop, of Theo, Pim, Picasso of Prince, Houellebecq, Hitchens, of Ayaan, Lincoln, Rosa Parks, blote dames, blote heren, kerken met kruizen, bomen met ballen, tafels met drank en eten, gitaren en ronde rode lippen. Alles om niet toe te hoeven geven aan het verlies van uitingsvrijheid.

Deze column verscheen eerder in oude vorm op ThePostOnline (4 januari 2017)