#7 De verschoppelingen van de democratie tot “normale mensen” uitroepen is geen upgrade

Sietske Bergsma

7 mei 2026

Ja, ik was gisteravond bij “de rouwstoet voor de democratie” in Loosdrecht (ter nagedachtenis aan Pim Fortuyn), en ik had vanochtend vroeg al voor de vuist weg vijf zinnen geschreven daarover maar de waarheid is dat ik hier helemaal niet mee wil opstaan. (En ik denk zomaar jullie ook niet).

Niet met een speciale boodschap, niet met een zoveelste “er verandert iets ten goede” analyse, niet met het gevoel dat dit nu de kern van het verzet is. Ik haak graag aan bij de ‘afgehaakten’ van Nederland, tot op zekere hoogte. Nooit om op te zwepen of de verschoppelingen van de democratie tot “normale mensen” uit te roepen. Zoals nu overal gebeurt. Alsof ‘normaal’ een upgrade is. Als er wordt opgekomen voor de “hardwerkende Nederlanders die monddood wordt gemaakt” dan klinkt dat in mijn oren steeds meer als een verbale omweg, om niet te zeggen dat het ‘gekkies met fakkels’ zijn. ‘Normaal, als in niet exceptioneel, zoals wij’.

Die, zoals gisteren anti-AZC liedjes met AI maken, rouwen om een politieke omwenteling die vanwege 6 mei 2002 nooit kwam en de burgemeester uitschelden voor nazi en verrader. Terecht? Ja, Normaal? Nee. ‘Normaal’ slaat alles plat en houdt alles bij het oude.

Ik wil die mensen niet politiseren, maar zichzelf laten zijn in hun volste recht. Ze niet kleineren met de term ‘normale Nederlander’. Want dat zijn ze niet. Ze vertolken, weliswaar onbehouwen en grof, wat miljoenen wél normale, doodgewone mensen in Nederland (om begrijpelijke redenen) niet durven. Zie je, nu ga ik toch die kant weer op. Verdedigen, de boel aan elkaar redeneren, een boodschap afgeven.

Lees mijn column aankomende zaterdag in De Andere Krant maar. Die schreef ik gisteren recht uit het hart. Dus daarna wil ik mijn gedachten weer een beetje de vrije loop laten. Om alles lachen. De situatie niet mooier maken dan hij is. Niet omdat ik onverschillig wordt, of pessimistisch, maar omdat rechtse media (waar ik onderdeel van ben) de neiging hebben zich kritiekloos onder te dompelen in wat dan “ons verzet” heet. Iedereen heeft hierin vooral zijn eigen verantwoordelijkheid.

Het probleem, tot slot, is een beetje zoals wat Mona Keijzer gisteren deed. Ze stond gisteren, uiteraard in een kleurrijke outfit, temidden van de zwart geklede menigte van zo’n driehonderd man, voor een camera de urgentie van het protest toe te lichten. “Bezorgde burgers”, “de maat is vol”. Je ziet hoe, na Lidewij, politici op de bandwagon springen van ‘waar het gebeurt’. Het verzet wordt een affiche, een jas die je even kunt aantrekken voor je eigen campagne en boodschap. Ik voel daarbij geen vooruitgang, geen originaliteit. Gewoon niet. Maar ik kan me vergissen. En misschien denk ik er later vandaag anders over. Maar opstaan met mij betekent ook met het humeur van het moment. Daar moeten jullie het dan maar even mee doen.

Fijne donderdag!