Morgenmiddag trappen we weer af met de podcast Bergsma & Bennink (YouTube Ongehoord Nederland, 17:00 uur), en we kunnen dit keer gewoon de letterlijke waarheid uitspreken dat Nederland in de fik staat. Welke symboliek kan je nog gebruiken bij de gebeurtenissen in dit land?
Bij een militaire oefening nabij Epe vloog vorige week zo’n 500 hectare natuurgebied in de brand na een schietoefening. De rookwolken waren tientallen kilometers ver zichtbaar. Op de snelweg tussen Almere en Hilversum kwam ik er zelf in terecht. De horizon kleurde grijs roze en het licht kreeg iets kunstmatigs. Een apocalyptisch beeld. De commandant der Strijdkrachten, Onno Eichelsheim, vond het “vervelend voor omwonenden en natuur”, maar benadrukte in de NRC dat “oefenen nodig blijft om klaar te zijn voor crises”.
De brand was geheel te voorzien — en te voorkomen geweest door niet te oefenen met pyrotechnische middelen, dus ik kan ver meegaan in de stelling dat de brand is aangestoken. ‘Voorwaardelijk opzet’ is in het strafrecht voldoende om iemand voor brandstichting te veroordelen. Maar omdat we een crisis hebben, mogen we het land in crisis storten. Letterlijk in brand laten vliegen. En Gerrit Hiemstra wordt dan nog ingevlogen om het Nederlandse volk de schuld te geven vanwege de ‘klimaatopwarming’. Dat is, in het kort, de staat der dingen op het moment. Dat geldt behalve voor de ‘oorlog tegen Rusland’ ook voor de asielcrisis en de klimaatcrisis. De crisis’ oplossen is onderschikt aan de crisis inzetten voor maatregels die het gevoel van crisis versterken. Idiocracy, maar dan met mythische proporties.
Offers (natuurbranden, onveiligheid op straat, horizonvervuiling, hoge energierekeningen, woningnood, moet ik nog doorgaan?) impliceren dat er een doel wordt gediend. Of eigenlijk: om te verhullen dat we geen heerlijk doel meer hebben. Niet echt. Geen God, geen waarheid en geen standaard dienen. We moeten ons continu gedragen alsof het niet goedkomt als we niet mee blijven gaan in wat overduidelijk een suïcidale rit naar de afgrond is. We moeten ons dus anders gedragen. Alsof het goed komt als we dat allemaal niet meer doen.
De gevestigde macht heeft er alles bij te winnen om ons uitgeput en afgeleid van het offeren dichterbij hun brandhaarden te brengen, zodat we straks allemaal in de Hel leven. Zo ongeveer stel ik me dat, op deze vroege maandagochtend, voor. Het is een vrolijk bericht verpakt in een naar bericht.
Hierover wil ik het morgen ook gaan hebben aan de hand van het boek ‘De Grote Scheiding’ van CS Lewis. Jan en ik bespreken de toestand van hemel en hel. Is het een geestestoestand? Is het een fysieke plek? Hoe kom je er? The Great Divorce is een allegorisch verhaal over vrije wil en de keuze voor God. Het boek begint in een grijze, sombere, eeuwig regende stad (de “Grijze Stad” of Hell). De inwoners mogen op een bus stappen die naar de hemel gaat. Eenmaal daar blijkt de hemel een overweldigend echte, solide en stralende wereld te zijn, terwijl de mensen uit de hel doorschijnende geesten zijn – zo ijl dat ze bijna niet op het gras kunnen lopen omdat het pijn doet. Iedere geest krijgt de kans om in de hemel te blijven, maar moet daarvoor één ding opgeven: de zonde, de illusie, de gekoesterde grieven, de trots of het zelfmedelijden waaraan ze zich vastklampen. In het boek zegt Lewis:
“Hell is a state of mind — ye never said a truer word.
And every state of mind, left to itself, every shutting up of the creature within the dungeon of its own mind — is, in the end, Hell.
But Heaven is not a state of mind.
Heaven is reality itself.”
Ik moet nu weer verder, maar Carl Jung zei daar ook goede dingen over. Een fijne dag allemaal (Vergeet niet mij te steunen via de button hieronder als je graag met mij opstaat!)



