Waarom mensen nog steeds op de VVD stemmen

 

Waarom mensen in vredesnaam nog op de VVD stemmen is een vraag die veel mensen bezighoudt die geen VVD stemmen.

Het antwoord is niet te vinden in een oordeel over hoe goed of slecht de VVD het intern doet, welke verkiezingsbeloften allemaal wel of niet worden nagekomen en hoe bedreven het politieke spelletje gespeeld wordt. Dat veronderstelt namelijk dat de stem die burgers uitbrengen een reactie is op al die dingen. Dat is niet zo. Wie in Nederland na negen jaar Rutte nog steeds VVD stemt (“ondanks alles”) kan alleen begrepen worden in een ander paradigma of frame, die van een werknemer in de B.V. Nederland.

Die burger-werknemer herinnert in niets aan de zoon politikon, zoals Aristoteles de sociale mens noemde die met het oog op de Goede Samenleving aan de publieke zaak deelnam. Hij is vooral een ‘hij’ in een bruine ribbroek of leren G-Star jas met twee auto’s voor de deur ergens in het midden van het land, maar ook een ‘zij’ die samen is met zo’n ‘hij’. Ze zien nog altijd meer voordelen in het vaste politieke dienstverband bij Rutte B.V. dan een onzeker bestaan als ‘politieke werkloze’, zo iemand die denkt dat het gras elders groener is en Forum voor Democratie of PVV stemt. De VVD-stemmer weet wel beter!

Tevreden ‘doener’

De VVD-directieleiding vraagt arbeidsethos, waarin zogenaamd geld geen rol speelt, van de mens die helemaal geen ‘politiek dier’ wil zijn. ‘De VVD-mens’ is met zijn schaapjes op het droge liever geen burger van de staat of de samenleving als geheel, maar een calculerende opportunist, die liever een hoog ingeschaalde loonslaaf is dan een laag ingeschaald individu. Iemand die best meer dan de helft van zijn gemaakte omzet wil afstaan aan de baas, met de garantie dat vakantiedagen en andere secundaire arbeidsvoorwaarden in zijn vaste contract gebeiteld staan.

Een tevreden ‘doener’ bij de EU-dochteronderneming waar Mark Rutte de bedrijfsleider is, dat is de VVD-stemmer anno 2019. En op de vrijdagmiddagborrel, terwijl ze zich het bier en de bitterballen goed laten smaken lachen ze samen om die “domrechtse” populisten en het geklaag van “gesubsidieerde” boeren. De baas neemt dan vaak even het woord en laat weten dat “we nog steeds de vrrrrrroempartij” zijn. Lekker honderd rijden met je elektrische auto, ach wat maakt het allemaal uit, zolang de omzet groeit en de aandeelhouders tevreden zijn, kunnen we alles zijn wat we maar willen.

Analogieën als deze zijn altijd tricky, maar je kunt 34 zetels in de peilingen niet begrijpen in het idee van een politieke ruimte. De groei van een partij die niet meer rechts is, ondernemers benadeelt en in effect eigendom van de EU is, is alleen verklaarbaar door het sociale contract van het kabinet met de samenleving als een arbeidscontract te zien. De werknemer doet wat goed is voor het bedrijf.

Motivatiepraatjes voor het personeel

Visueler wordt het als je naar de middenklasse kijkt. Weinig mensen kunnen genoeg kunnen verdienen in Nederland om echt onafhankelijk en zelfstandig te worden – om ‘rijk’ te worden. Vooral de tweeverdieners-‘constructie’ is zo vervlochten geraakt met kinderopvangtoeslagen, hypotheeklasten en gebrek aan tijd voor andere investeringen dat je letterlijk vast zit op ‘je afdeling’. Dit creëert (onderbewust) een dilemma. Je geeft je er aan over, of je vecht.

Mark Rutte begrijpt dit en heeft in de motivatiepraatjes voor zijn personeel altijd de nadruk op tevredenheid gelegd: hoe “gelukkig” Nederland is en hoe dankbaar hij is voor het personeel dat dit allemaal mogelijk maakt. Deze aanpak werkt. Want ik weet niet of u de ‘zoön kantoorum’, het kantoordier kent, maar heel veel mensen blijven jarenlang hangen in werk wat ze niet leuk vinden, op afdelingen waar ze niet horen, met een salaris wat ze niet verdienen. In Nederland leert men dat allemaal normaal te vinden. En er een bepaalde eer in te leggen. En zolang een nieuwe werkgever geen betere leasewagen biedt, waarom weggaan?

Waarom mensen nog op de VVD stemmen is omdat ze berekenend zijn en geen gamechangers – en nog liever zichzelf in het ravijn storten dan dat ze hun ongenoegen omzetten in een léven.

Zelfs in het buitenland weten ze dit. In Michel Houellebecqs roman ‘Serotonine’ lees ik:  “Nederland is geen land, hooguit een onderneming.” En een scene uit een Frans café: “Er zijn Engelsen, Duitsers […] en de Nederlanders waren echte hoeren, die gingen overal zomaar zitten, een ras van veeltalige, opportunistische kooplui die Nederlanders het kan niet vaak genoeg gezegd worden.”

Vast contract zonder inspraak

De opportunisten die overal willen gaan zitten kunnen maar beter eieren voor hun geld kiezen als de rest van het land (in hun ogen) massaal ‘politiek werkloos’ wordt. Dat heeft wel een prijs. De arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de grootste werkgever van Nederland, de met steeds meer partijen en instituten gefuseerde VVD, is een vast contract zonder inspraak in de functievervulling en zonder beloning voor extra arbeid. Daar staat tegenover dat je onderdeel van de club van optimisten bent, van ‘doorpakken’ en ‘oplossingen zoeken’. Van onveranderlijke vooruitgang als idee.

Al negen jaar is de VVD de grootste partij van Nederland. Ondertussen zijn in Ruttes regeerperiodes de belastingen omhoog gegaan, is het besteedbaar inkomen gekrompen en is de (linkse!) regelgeving explosief toegenomen. En nu moeten we ook door klimaathoepeltjes springen op het privéfeestje van de bedrijfstop. Misschien moeten Nederlanders hun politieke carrières een keer uit het slop halen en de verknochtheid aan hun auto’s, ski-vakanties en carefree lifestyle zien voor wat het is: een slechte deal met een louche manager van een ‘land’ dat moreel en financieel niet rendabel is. En zelf een zaakje openen.